De Amsterdamse kiezer heeft het weer geflikt. Voor de derde keer op rij een kneiterlinkse coalitie van Progressief Nederland (PN) en D66. Geen verrassing, wel een ramp. Woensdag presenteerden ze hun coalitieakkoord en het is geen feestje. Het is een oorlogsverklaring aan iedereen die nog gewoon een auto wil gebruiken om te werken, kinderen te brengen of spullen te vervoeren. Eigenlijk aan de normale Amsterdammer.
Het pronkstuk van deze ideologische veldtocht: tienduizend parkeerplaatsen schrappen in de hele stad. En voor de plekken die overblijven? Een extra hoog tarief, zodat alleen de dikke portemonnee nog een auto mag hebben. Bewonersparkeervergunningen worden fors duurder én schaarser. Volgend jaar al 20 miljoen euro extra in het laatje, oplopend naar 26 miljoen per jaar. Het is geen parkeerbeleid, het is klassendiscriminatie met een groen sausje.
De auto als luxe voor de elite
Dit is precies waar het naartoe gaat in het progressieve paradijs. Een eigen auto wordt in Amsterdam een statussymbool voor mensen met dikke banen bij de overheid, de media of een van die gesubsidieerde ‘duurzame’ clubs. Voor de loodgieter, de verpleegkundige met onregelmatige diensten, de zzp’er die spullen moet laden en lossen of de ouder die de kinderen naar school brengt, is het einde oefening. PN en D66 noemen het doodleuk “de ruimte eerlijk verdelen”. Eerlijk. Alsof de hardwerkende burger die de stad draaiende houdt niet al jaren de rekening betaalt voor hun experimenten. Alsof de straten niet al volstaan met niet verhuurde deelscooters en bakfietsen die als wrakken op de stoep liggen te rotten.
Deelbakfiets utopie en gratis OV voor de jeugd
De oplossing volgens de coalitie? Meer deelauto’s, deelscooters en deelbakfietsen. Want niks zegt “praktisch” als je met drie kinderen en volle boodschappentassen in de stromende regen moet gaan zoeken naar een bakfiets die niet kapot of bezet is. Gratis openbaar vervoer voor kinderen wordt uitgebreid van 11 naar 16 jaar. Hartstikke mooi voor de ouders die het kunnen combineren. Maar voor de alleenstaande moeder die ’s avonds moet werken en geen betrouwbaar OV heeft? Pech. Voor de timmerman die zijn gereedschap niet in de tram kan meenemen? Ook pech. En dan snijden ze ook nog eens in de parkeerkorting voor bezoek. Familie uit Brabant of Groningen die even langskomt? Betaal maar flink bij. Dat levert weer 18 miljoen op. Alles voor de heilige graal van de autofobe ideologie.
Dit is geen bestuur, dit is vernieling
Amsterdam is al jaren een stad waar de gewone werkende mens zich steeds minder thuis voelt. Duizenden woningen te weinig, extreem hoge huren, overlast door toerisme en criminaliteit, en nu dit. Terwijl de gemeente miljarden uitgeeft aan klimaatambities, diversiteitsprojecten en dure prestigeprojecten, wordt de normale burger uitgekleed.
Dit is geen progressief beleid. Dit is haat tegen de auto omdat die symbool staat voor vrijheid en zelfstandigheid. En die vrijheid moet kapot. Liever een stad van afhankelijke, fietsende, OV-rijdende, deel-everything burgers die braaf doen wat de groene elite zegt.
De gewone Amsterdammer mag het allemaal betalen. Letterlijk. Met hogere parkeertarieven, duurdere vergunningen, langere reistijden en minder bewegingsvrijheid. Amsterdam is niet meer van de Amsterdammers. Het is van de ideologen. En ze stoppen pas als de stad écht kapot is.




