Door: Peter van Groendellen
De Nederlander die deze zomer met de auto naar Frankrijk rijdt, ontdekt iets merkwaardigs. Tanken is in België en Frankrijk goedkoper.
In België zijn sommige boodschappen goedkoper. En wie eenmaal over de grens is, vraagt zich onwillekeurig af: waarom eigenlijk?
Niet omdat Nederland arm is. Integendeel. Nederland behoort economisch tot de rijkste landen van Europa. We hebben een hoge arbeidsparticipatie, een sterke economie en een relatief lage staatsschuld. (Rijksoverheid)
Toch voelt het voor veel mensen anders.
De boodschappen zijn duur. Benzine is duur. Wonen is duur. Belastingen zijn hoog. En ondertussen horen we dat Nederland miljarden afdraagt aan Europa en structureel nettobetaler is aan de EU. (Rijksoverheid)
Dan ontstaat een ongemakkelijke vraag:
Waar is de politiek eigenlijk mee bezig?
Misschien ligt een deel van het antwoord bij iets wat we in de moderne politiek nauwelijks meer herkennen: de mythe.
Een mythe is geen leugen. Het is een verhaal dat een ingewikkelde werkelijkheid terugbrengt tot een moreel overzichtelijk geheel.
En Nederland heeft inmiddels nogal wat politieke mythes.
De klimaatmythe vertelt ons dat wij door nu offers te brengen de toekomst kunnen redden. De stikstofmythe vertelt dat minder stikstof automatisch leidt tot natuurherstel. De migratiemythe vertelt ons óf dat Nederland wordt overspoeld, óf dat iedere beperking van migratie een gebrek aan menselijkheid is.
Links heeft zijn mythes. Rechts heeft ze ook.
Maar achter vrijwel alle moderne politieke verhalen zit één grote mythe:
de maakbare samenleving.
Voor ieder probleem bestaat een beleidsprogramma. Voor ieder probleem is er een doelstelling. Voor iedere doelstelling is er een subsidieregeling, een wet, een commissie en een uitvoeringsorganisatie.
En als het probleem niet verdwijnt?
Dan hebben we blijkbaar nog méér beleid nodig.
Dat is merkwaardig. Want de werkelijkheid trekt zich weinig aan van politieke nota’s.
De automobilist die in België goedkoper tankt, heeft geen boodschap aan een klimaatdoelstelling. De consument die in België of Frankrijk goedkoper boodschappen doet, ziet geen reden om enthousiast te worden van Haagse duurzaamheidsprogramma’s. En de ondernemer die iedere maand meer regels op zijn bureau krijgt, vraagt zich af waarom Nederland zichzelf steeds ingewikkelder maakt.
Daar begint het vertrouwen te breken.
Niet omdat mensen tegen klimaatbeleid zijn.
Niet omdat mensen tegen Europa zijn.
Niet omdat mensen tegen migranten zijn.
Maar omdat zij een steeds groter verschil ervaren tussen het politieke verhaal en hun dagelijkse werkelijkheid.
Dat is misschien wel de grootste bedreiging voor de democratie.
Niet dat mensen “verkeerd” stemmen.
Maar dat zij het gevoel krijgen dat de politiek in een andere werkelijkheid leeft.
Politiek zou daarom weer moeten beginnen met een eenvoudige vraag:
Klopt het verhaal nog met de werkelijkheid?
Werkt het beleid? Wat kost het? Wat levert het op? Wat doen andere landen? Kan het eenvoudiger? Kan het goedkoper? En vooral: welk probleem lossen we eigenlijk op?
Dat zijn geen populistische vragen.
Het zijn normale vragen in een volwassen democratie.
Misschien moeten we daarom de nieuwe politieke mythes eens doorprikken.
Niet om de klimaatverandering te ontkennen.
Niet om Europa af te wijzen.
Niet om migratie tot vijand te verklaren.
Maar om iets veel fundamentelers terug te brengen:
gezond verstand.
Want uiteindelijk heeft de burger maar één werkelijkheid.
Die van de kassa.
Die van de pomp.
Die van de energierekening.
Die van de huur of hypotheek.
En die werkelijkheid wint het uiteindelijk altijd van de politieke mythe.



