De Duitse economie krabbelt op. Banken en instituten zien groei tot wel 1,4 procent. Berlijn zelf blijft voorzichtiger, met 0,5 procent. Prima koppen voor persconferenties. Minder prettig is de bijzin die erbij hoort: in de eerste helft van 2026 gingen 12.812 Duitse bedrijven failliet. Dat is 6,7 procent meer dan een jaar eerder. Hoger in een eerste halfjaar was het voor het laatst in 2013, toen 13.253.
De groeicijfers staan weer in de plus, terwijl het aantal faillissementen records breekt. Dat is geen gezond herstel. Het economische landschap wordt opnieuw ingericht. Transport en opslag worden het hardst geraakt. Daarna horeca. Daarna bouw. Precies de sectoren waar je geen denktank nodig hebt om te begrijpen wat er speelt: energie, loonkosten, regeldruk, dunne marges, late betalingen. Gemiddeld gingen 36,2 bedrijven per 10.000 failliet. In transport en opslag 71,6. In de horeca 59,6. In de bouw 53,4.
De schuldeisers claimen zo’n 18,5 miljard euro. Vorig jaar was dat 28,2 miljard. Minder schade in euro’s, meer slachtoffers in aantallen. Eerst gingen de grote namen onderuit. Nu trekt de schade dwars door de volle breedte van het bedrijfsleven. Meer kleinere en middelgrote bedrijven. De ruggengraat.
Ook burgers gaan vaker failliet. 38.932 consumentenfaillissementen in zes maanden. Plus 2,4 procent. De Duitse staat viert “herstel”. Gezinnen en ondernemers krijgen de rekening gepresenteerd.
Duitsland is geen ver-van-ons-bedshow. Het is ons voorland. Dezelfde cocktail: dure energie, een staat die zichzelf nooit inkrimpt, een middenstand die wel mag betalen maar steeds minder mag ademen, en een politieke klasse die groei afleest aan macrocijfers terwijl de bakker, de aannemer en de transporteur omvallen.
Wat overblijft, is voorspelbaar. Grote bedrijven met genoeg financiële adem om regels te doorstaan, subsidies binnen te halen en een leger juristen aan het werk te zetten. En de overheid zelf. Die gaat nooit failliet. Die neemt alleen meer mensen aan. Hoogopgeleid achter een bureau. Voor praktisch opgeleiden resteert steeds vaker werk in uniform, zorg en handhaving: precies de sectoren die de staat draaiende moet houden wanneer het particuliere bedrijfsleven wegzakt. Natuurlijk is dat zwart-wit. Er zijn ook start-ups. Er zijn ook winnaars. Maar wie de faillissementsstatistiek leest, ziet geen sprookje van innovatie. Hij ziet een land dat het mkb uitperst en vervolgens verbaasd doet dat jongeren geen zaak meer beginnen. Waarom zou je? Je kunt ook “zeker” werk zoeken bij de overheid. Of, als de geopolitiek verder verhardt, in militaire dienst. Andere routes blijven bestaan op papier. In de praktijk worden ze smaller.
Nederland hoeft dit script niet te kopiëren. Het doet dat al een eind. Stikstof, netcongestie, loonkosten, toeslagenchaos, vergunningenmoeras, energiepolitiek die industrie als sluitpost behandelt. Eerst de ondernemer laten stikken. Dan verbazen dat alleen de staat en het grootbedrijf overleven.
Duitsland groeit. Mooi. Vraag alleen: wie groeit er eigenlijk? Het bbp? Of de afstand tussen wie nog een bedrijf durft te runnen en wie alleen nog loonstrookjes van de overheid vertrouwt?
Sneeuw is wit. Water is nat. Een economie waarin transporteurs, horecazaken en bouwbedrijven bij bosjes verdwijnen, kun je moeilijk hersteld noemen. De cijfers mogen verbeteren, de fundamenten bewegen de verkeerde kant op.
Steun Realistische Reflecties
Wilt u dat Realistische Reflecties blijft groeien als onafhankelijk platform voor scherpe columns, analyses en geluiden die elders te weinig ruimte krijgen? Steun ons dan met een donatie. Iedere bijdrage, groot of klein, helpt ons om onafhankelijk te blijven, nieuwe schrijvers een podium te bieden en ons bereik verder uit te bouwen. Samen houden we het vrije en kritische geluid levend. Doneren kan via deze link




