In de Democratische Republiek Congo gebeurde iets wat je eigenlijk niet wilt geloven, maar wat helaas kenmerkend is voor de ellende op dat continent. Militairen controleren een groep mensen met een paar grote zakken. Routine. Tot ze de zakken openen en er kinderen uit kruipen. Levend. Hun eigen moeder had ze erin gestopt. Als vracht. Om ze illegaal te laten smokkelen, vermoedelijk op weg naar Europa, het beloofde land vol welvaart en kansen.
Omstanders stonden geschokt toe te kijken en riepen “pole pole”, voorzichtig, langzaam. Alsof een beetje zachtheid de horror van het moment kon verzachten. De militairen ondervroegen de vrouwen. Een van hen biechtte op dat de moeder 25.000 Congolese frank had betaald aan een smokkelaar. Een schijntje in onze ogen, een fortuin in de lokale realiteit. Dit was geen klassieke mensenhandel met uitbuiting, maar pure mensensmokkel: een wanhopige, illegale en levensgevaarlijke gok van een moeder die haar kinderen een “beter” leven gunt. De militairen hebben de poging verijdeld. Voor nu zijn die kinderen veilig. Maar hoeveel anderen liggen al ergens in een truck, boot of woestijn?
Dit is de onderkant van het migratieverhaal dat in Europa zo vaak wordt verdoezeld met mooie woorden over “vluchtelingen” en “kansen”. Mensen in grote delen van Afrika leven in failed states vol corruptie, geweld, armoede en uitzichtloosheid. Ze zien op hun telefoons het Westen en denken: daar moet het beter zijn. Dus riskeren ze alles. Inclusief hun eigen kinderen. Via de Sahara, waar lijken liggen te vergaan. Via Libië, met slavernijmarkten en martelkamers. Via de Middellandse Zee in krakkemikkige bootjes. Verkrachting, verdrinking, uitdroging, het hoort erbij. En toch blijven ze komen.
Europa betaalt de prijs met overvolle azc’s, integratieproblemen, criminaliteit en een cultuur die onder druk komt te staan. Terwijl de echte oplossing niet ligt in nog meer opvang of nog bredere interpretaties van asielrecht. Die ligt in Afrika zelf: stabiele overheden, bestrijding van corruptie, economische ontwikkeling en een mentaliteit die niet primair gericht is op emigratie als de enige uitweg. Zolang wij het verkeerde signaal afgeven, “kom maar, we regelen het wel”, blijft de wanhoop doorgaan.
Wat een rotwereld is dit toch. Een wereld waarin een moeder gedwongen wordt haar eigen vlees en bloed als smokkelwaar te behandelen. Uit liefde, uit pure wanhoop. Maar het is ook een wereld waarin wij in het rijke Westen de feiten onder ogen moeten durven zien. Ongecontroleerde massamigratie lost niks op. Het verplaatst alleen de ellende en importeert er een deel van hiernaartoe. Realisme begint bij grenzen beschermen, illegalen terugsturen en de druk op herkomstlanden opvoeren. Anders blijven de zakken komen. Met kinderen. Of erger. En dat is geen mededogen. Dat is de harde waarheid.




