Terwijl Nederland geniet van een echte Hollandse zomer, slaan het Rode Kruis en het Klimaatverbond alarm. Slechts 128 van de 342 gemeenten hebben een “lokaal hitteplan”. De overige 214 moeten snel volgen, eisen ze. Want anders weten Nederlanders blijkbaar niet wat ze moeten doen als het eens een paar dagen boven de 25 graden komt. Een glas water drinken. Binnenzitten. Even niet in de volle zon tuinieren. Dingen die onze grootouders zonder draaiboek en subsidie gewoon deden. Dit is geen gezond verstand meer. Dit is bureaucratische overmoed in klimaatjasje.
De mantra van de “steeds heter wordende zomers”
De campagne draait om het vaste verhaal: de zomers worden extremer, hitte is dodelijk, en alleen een gemeentelijk plan kan ons redden. Natuurlijk waren er vroeger ook warme periodes. De legendarische hittegolf van 1976, met weken van tropische temperaturen. Of de droge, hete zomers van 1947, 1959 en 2003. Extreme hitte is geen uitvinding van de laatste decennia. Maar zonder klimaat-frame heb je geen excuus om elke gemeente in een identiek ambtelijk raster te dwingen.
Nu wordt er een “handreiking” en een “menukaart hitte” rondgestuurd. Wethouders moeten afspraken maken met GGD’en, zorginstellingen en het Rode Kruis zelf. Over wie wat doet als de temperatuur oploopt. Alsof een kwetsbare oudere in een flat in een dorp in Drenthe opeens veilig is omdat de gemeente een PDF heeft goedgekeurd.
Het Rode Kruis als klimaat-lobby
Wat vooral stoort: het Rode Kruis. Vroeger hét symbool van praktische hulp bij rampen, oorlog en echte nood. Nu een actieve meeloper in de klimaatagenda. In plaats van zich te richten op de échte druk op de zorg, de vergrijzing gecombineerd met massa-immigratie die huisvesting, zorgcapaciteit en budgetten opslokt roepen ze op tot meer papierwerk tegen hitte.
Want laten we eerlijk zijn: de grootste bedreiging voor kwetsbare ouderen deze zomer is niet een paar warme dagen. Het is een zorgstelsel dat kraakt onder demografische druk, personeelstekorten en jarenlang falend beleid. Daar hoor je deze organisaties opvallend stil over. Hitteplannen zijn lekker onschuldig en subsidiabel. Echte problemen aanpakken is lastiger.
Realisme in plaats van rituelen
Mensen zijn niet achterlijk. Op een warme dag zoekt de meeste Nederlanders vanzelf schaduw, drinkt wat meer en past op met inspanning. Kwetsbare groepen hebben vooral baat bij goede basiszorg, ventilatie in huizen, en burenhulp geen gemeentelijke coördinatie die in een la belandt zodra de zon weer ondergaat.
Dit hele circus is een klassiek voorbeeld van steeds verder uitdijende betrokkenheid: klimaatadaptatie als nieuwe bestaansreden voor NGO’s en ambtenaren. Elke hittegolf wordt meteen een crisis die om meer beleid schreeuwt. Terwijl de echte veerkracht van een samenleving ligt in gezonde burgers, betaalbare energie (zodat airco of ventilatoren geen luxe zijn) en een zorgsysteem dat niet bezwijkt onder zelf gecreëerde tekorten.
Laat die 214 gemeenten gerust prioriteiten stellen. Een fatsoenlijke jeugdzorg, betaalbare woningen, of gewoon fatsoenlijk beheer van de openbare ruimte. In plaats van weer een hitteprotocol dat vooral één ding garandeert: meer ambtelijke uren en een warm gevoel bij het Klimaatverbond.
Realistische reflectie: hitte komt en gaat. Bureaucratie die zich eraan vastklampt, blijft plakken. En dat is precies de bedoeling.




