“Dit is wat escalatie betekent: geen ‘chirurgische precisie’, maar dode burgers. Elke bom maakt een akkoord verder weg. Onderhandelen, nu.” Zo klinkt het weer, het vertrouwde pacifistische refrein. Alsof de ayatollahs alleen maar een handvol vredelievende onderhandelaars zijn die per ongeluk raketten op tankers afvuren en de Straat van Hormuz als privé-speeltuin gebruiken. Echt zo kunnen alleen naïevelingen en professionele vredesactivisten denken.
Iran meldt minstens dertig burgerdoden bij recente Amerikaanse aanvallen op doelen in het zuiden van het land. Bushehr, Chabahar, graansilo’s, fabrieken de lijst is bekend. Teheran is er snel bij met cijfers. Altijd snel. En altijd moeilijk te controleren.
De betrouwbaarheid van de ayatollahs
Laten we realistisch zijn. Het regime in Teheran staat niet bekend om zijn transparantie of waarheidsliefde. Ze zijn nog nooit in een halve leugen gestikt. In een conflict waarin ze zelf jarenlang proxies hebben bewapend, kernprogramma’s hebben verstopt en scheepvaart hebben aangevallen, komen plotseling alleen maar onschuldige burgers om. Nooit militaire installaties, nooit IRGC-personeel, nooit eigen provocaties die de reactie uitlokten.
De Verenigde Staten voeren gerichte aanvallen uit op militaire infrastructuur: raket- en drone-opslag, kustverdediging, marineterreinen. Dat doet geen regime in een vacuüm. Het komt nadat Iran opnieuw commerciële scheepvaart in de Straat van Hormuz aanviel. Wie de vaarroute blokkeert en olie als wapen gebruikt, mag niet verbaasd zijn dat er consequenties volgen.
Burgerdoden in oorlog zijn tragisch. Altijd. Oorlog is geen chirurgische operatie met scalpel, maar een botte bijl, hoe precies de munitie ook is. Collateral damage hoort erbij, hoezeer we dat ook betreuren. Maar de suggestie dat Amerika expres burgers viseert terwijl het regime zelf scholen en woonwijken als schild gebruikt, is precies de propagandastrategie waarop Teheran al decennia draait.
Naïef pacifisme lost niks op
De roep om “onderhandelen, nu” klinkt mooi op een vredesbijeenkomst, maar negeert de realiteit. Met dit regime onderhandelen heeft in het verleden vooral tijd opgeleverd voor verrijking, raketontwikkeling en terreurexport. Het Joint Comprehensive Plan of Action (JCPOA) was er een schoolvoorbeeld van: mooie handtekeningen, ondertussen ging het nucleaire programma gewoon door onder de radar.
Escalatie komt niet alleen van bommen. Die komt vooral van een theocratisch regime dat zijn eigen bevolking onderdrukt, buurlanden destabiliseert en openlijk roept om de vernietiging van Israël. Wie nu alleen maar roept dat Amerika moet stoppen, vraagt in feite om eenzijdige terugtrekking. Alsof zwakte opeens respect oplevert in de Perzische Golf.
Men moet burgerdoden minimaliseren waar mogelijk, maar erkennen dat zwakte tegenover een agressief regime meer doden oplevert op langere termijn. Iran heeft de keuze. Stop met het aanvallen van schepen, stop met het financieren van terreur, stop met het najagen van een kernwapen. Dan hoeft er niemand meer te sterven.
Tot die tijd is het makkelijk schreeuwen over “escalatie” vanuit veilige Europese toetsenborden. In Teheran lachen ze erom. Zij tellen hun propagandapunten, terwijl de echte rekening elders wordt betaald.
Dit conflict vraagt om kracht, duidelijkheid en een lange adem, niet om wensdenken en onmiddellijke onderhandeling met mensen die liegen alsof het hun tweede natuur is.




