In Oostwold, midden in de zogeheten Graanrepubliek van Oldambt, torent binnenkort een negen meter hoog bronzen standbeeld van Vladimir Lenin boven het landschap uit. Het beeld, eigendom van ondernemer Henk Koop, diende eerst als decor bij de theatervoorstelling van Zummerbühne en verhuist daarna naar de achtertuin van Henriëtte Davelaar. Zij wil het gebruiken als gespreksstarter bij een nieuw informatiecentrum over de communistische geschiedenis van de streek.
Davelaar benadrukt dat het geen politieke uiting, propaganda of verheerlijking is. “Het gaat over de geschiedenis van dit gebied,” zegt ze. De Graanrepubliek was begin twintigste eeuw een van de rijkste regio’s van Europa, maar met extreme ongelijkheid tussen herenboeren en landarbeiders. Dat communisme daar voet aan de grond kreeg, is historisch verklaarbaar. Een standbeeld van de grondlegger van de Sovjet-Unie zou dat verhaal zichtbaar moeten maken.
Toch blijft de kernvraag staan: waarom zou je een massamoordenaar een prominente, permanente plek geven in het Nederlandse landschap? Lenin was geen abstracte denker. Onder zijn bewind en dat van zijn directe opvolgers werden de Rode Terreur, de Goelag, executies van politieke tegenstanders, de onderdrukking van boeren en de systematische eliminatie van hele bevolkingsgroepen tot staatsbeleid. De ideologie die hij vormgaf, kostte in de twintigste eeuw tientallen miljoenen mensenlevens. Dat is geen detail. Dat is de essentie.
Het argument “het is geschiedenis, geen verheerlijking” klinkt neutraler dan het is. Geschiedenis kan op vele manieren worden gepresenteerd. Men kan documenteren, contextualiseren en kritisch analyseren zonder de architect van een totalitair systeem in brons te gieten en letterlijk op een sokkel te zetten. Een informatiecentrum over sociale spanningen in Oost-Groningen is legitiem. Een metershoog Lenin-beeld als blikvanger is iets anders: het normaliseert de figuur en verschuift de morele lat.
PVV-statenlid en senator Ton van Kesteren wijst op een breder patroon. In Groningen, zo stelt hij, heerst een vorm van cultuurmarxisme waarbij linkse denkbeelden zelfs door middenpartijen worden omarmd, terwijl nuchtere, realistische stemmen structureel worden buitengesloten. Of men die term precies deelt of niet, de observatie klopt in zoverre dat er in bepaalde culturele en politieke kringen een opvallende mildheid bestaat tegenover communistische symbolen, terwijl elke associatie met vermeend rechts-extremisme meteen tot morele paniek leidt.
Dit is geen kwestie van “woke versus anti-woke”. Het is een kwestie van morele consistentie en historisch bewustzijn. Een conservatief-liberale samenleving erkent dat vrijheid, eigendom en individuele verantwoordelijkheid de fundamenten zijn van welvaart en stabiliteit. Het communisme heeft die fundamenten systematisch vernietigd, met catastrofale menselijke kosten. Wie desondanks een standbeeld van Lenin neerzet en dat presenteert als neutrale geschiedschrijving, miskent zowel de feiten als de morele lading van het symbool.
Dat Oost-Groningen een rode traditie kent, is een historisch gegeven. Dat men daaruit de conclusie trekt dat een massamoordenaar blijvend in het landschap mag tonen, is een keuze. En die keuze zegt meer over het huidige morele kompas dan over het verleden.
Mis geen enkel belangrijk verhaal meer!
De media vertellen lang niet altijd het hele verhaal. Daarom brengt Realistische Reflecties dagelijks scherpe analyses, achtergronden en opinies die je niet snel ergens anders leest.
Schrijf je gratis in voor onze nieuwsbrief en ontvang de belangrijkste artikelen, exclusieve columns en opvallende nieuwsverhalen rechtstreeks in je mailbox.
Zo blijf je altijd op de hoogte van wat er écht speelt.




