Vandaag staat er een interessant interview in De Telegraaf in de bijlage VRIJ met journalist Mischa Blok. In haar nieuwe serie Mischa en de mannen die het beter weten spreekt ze met opiniemakers als Wierd Duk, Victor Vlam, Maurice de Hond en Maarten van Rossem. Met open vizier, zonder filter. Precies zoals het hoort in een volwassen democratie.
Maar wat blijkt? Sander Schimmelpenninck wilde niet meewerken. Reden: Wierd Duk zit ook in de serie. Daar lusten de honden geen brood van, zegt Blok. En dat zegt alles over de staat van de linkse bubbel. Zelfs een ogenschijnlijk onafhankelijke figuur als Schimmelpenninck weigert in één adem genoemd te worden met iemand die niet tot de goedgekeurde club behoort. Dat is geen principe, dat is laf sektarisme.
Nog veelzeggender is Bloks observatie uit haar NPO Radio 1-programma, waarin ze mensen van uiterst links tot rechts interviewt: „Ik krijg zelden dreigmails vanuit rechts die zeggen ‘hoe durf jij die linkse spreker aan het woord te laten?’ Het komt altijd van de andere kant.” Dat is geen verrassing. Het is logisch. Rechts in Nederland heeft geen institutionele macht. Geen NPO, geen universiteiten, geen subsidieslurpende cultuursector, geen Haagse kartelpartijen die alles dicteren. Rechts heeft niets te verliezen en dus weinig reden om te dreigen. Links daarentegen, een luidruchtige minderheid van pakweg 20-30%, heeft alles te verliezen. Zij controleren de instituties, de media en het morele monopoly. Als iemand als Mischa Blok ook maar één millimeter afwijkt van het linkse narratief, slaat de paniek toe. Want hun greep op het verhaal is broos.
De NPO is immers al decennia een linkse hobbyclub. Pluriformiteit? Alleen als je binnen de veilige lijnen van progressief denken blijft. Zodra je Wierd Duk of een andere realist aan het woord laat, begint het gejank en de dreigementen. Blok heeft zich binnen die linkse bubbel inmiddels helemaal naar de rechter buitenkant bewogen. En precies daar wordt ze aangevallen. Niet door boze rechts-extremisten, maar door haar eigen voormalige vrienden.
Dit is de echte hypocrisie van links: ze praten over democratie, dialoog en diversiteit, maar zodra iemand afwijkt van het script, volgt uitsluiting, cancelen of dreigmail. Tolerantie geldt alleen voor henzelf. Kritiek op massa-immigratie, klimaatreligie, genderwaanzin of de EU? Onacceptabel. Zelfs een interviewreeks waarin gewoon verschillende meningen aan bod komen, is al te veel.
Mischa Blok verdient lof dat ze dit durft te benoemen. In een land waar de oude-media (behalve De Telegraaf) nog steeds doen alsof rechts het grote gevaar is, toont zij aan dat de werkelijke intolerantie van de andere kant komt. Van de kant die de macht heeft en die bang is die te verliezen.
Realistisch reflecteren betekent hier erkennen: de linkse dominantie in de instituties is aan het barsten. Hoe harder ze proberen afwijkende stemmen de kop in te drukken, hoe duidelijker het wordt dat ze geen argumenten meer hebben alleen nog dreigementen en boycots. Nederland heeft meer Mischa Bloks nodig. Minder Schimmelpennincks. En vooral: een publieke omroep die eindelijk eens echt pluriform wordt in plaats van een linkse echokamer.




