Jan Dijkgraaf heeft weer een Briefje van Jan geschreven dat raak is. Hard, direct en zonder het obligate politiek correcte sausje. Dit keer rekent hij af met Hubert Bruls, de Nijmeegse burgemeester die zichzelf tijdens de coronatijd graag “Papa Bruls” noemde. De man die in het Veiligheidsberaad zat en daar meebesliste over de meest vergaande vrijheidsbeperking sinds de Tweede Wereldoorlog: de avondklok.
Dijkgraaf kijkt terug op de verhoren en ziet wat iedereen met ogen in zijn hoofd allang zag: de overheid wist niet of die avondklok écht iets deed tegen het virus, maar omarmde hem wél omdat hij zo lekker “robuust” was. Met andere woorden: makkelijk te handhaven. Makkelijk om het volk in het gareel te houden. Mensen die ’s avonds na negenen zonder hond of vergunning buiten kwamen, kregen de lange lat. Familiebezoek aan stervenden? Al verboden door Hugo de Jonge. Jongeren? Die mochten extra worden geknecht.
En dat terwijl de rechter dze totalitaire maatregel in eerste instantie verbood. De Staat ging in hoger beroep en kreeg alsnog zijn zin. Controle ging boven recht. Controle ging boven leven.
Jongeren betaalden de hoogste prijs
Dijkgraaf noemt het leed van zijn eigen zoon, die in de entertainmentwereld werkt: in twee coronajaren meer bekenden verloren aan zelfmoord dan in de rest van zijn leven bij elkaar. Zijn zoon is nu 37. Eva Munnik en retail-expert Hans van Tellingen beamen het direct op X. Van Tellingen: vijf pubers in zijn eigen omgeving pleegden zelfmoord. Herkenbaar, schrijnend en volkomen genegeerd door het type bestuurder dat nog steeds vindt dat het “een goede maatregel” was.
Bruls zelf gaf tijdens de verhoren toe: “Qua effectiviteit was er heel veel twijfel, maar qua robuustheid was het een hele goede maatregel.” Cynisch, zegt Dijkgraaf. Wij zeggen: stuitend. Robuustheid bleek belangrijker dan waarheid, dan wetenschap, dan het voorkomen van zelfdoding onder jongeren. Dit was geen volksgezondheid. Dit was machtsuitoefening.
Fascisme? Laten we het woord vooral niet te snel gebruiken…Dijkgraaf eindigt zijn brief veelzeggend: hij gaat even de definitie van fascisme opzoeken. Na het aangiftecircus van Bruls tegen Geert Wilders snapt hij dat je voorzichtig moet zijn. Maar de hint is duidelijk. Wanneer een burgemeester openlijk toegeeft dat een vrijheidsbeperkende maatregel vooral goed was omdat-ie makkelijk te handhaven viel, en hij daar nog steeds geen enkel berouw over toont, dan ruikt het naar iets totalitairs. Niet de laarzen en parades van vroeger, maar de zachte, moderne variant: de avondklok, de 2G-discriminatie, de QR-codes, de demonstratieverboden, de shaming van andersdenkenden.
Dit was geen tijdelijke noodmaatregel van bezorgde bestuurders. Dit was een test. Een test hoe ver je kon gaan met een bevolking die bang was gemaakt. En te veel burgemeesters, ministers en ambtenaren vonden het prachtig werken.
Persoonlijk vertrouwen? Kapot
Voor velen, ook voor ondergetekende, was dit het breekpunt. Lockdowns, avondklok, 2G, QR-samenleving. Het vertrouwen in de overheid is onherstelbaar beschadigd. Niet even een dipje. Niet “we moeten het achter ons laten”. Nee, structureel, diep en terecht wantrouwen. Want wie vandaag toegeeft dat de avondklok vooral om controle ging, zal morgen weer een “robuuste maatregel” bedenken als het klimaat, stikstof of een volgende griep uitkomt.
Hubert Bruls is het gezicht van dat soort ongekozen, betweterige bestuurders die nooit echt verantwoording hoeven af te leggen. Geen gekozen volksvertegenwoordiger, geen directe rekenschap aan de kiezer, maar wél met enorme macht over het dagelijks leven van burgers.
Jan Dijkgraaf heeft gelijk. Dit verdient geen vergetelheid. Dit verdient woede. Niet omdat we “extreemrechts” zijn, maar omdat we normaal zijn. Omdat we vinden dat de Staat er is voor de burger, en niet andersom.
Nederland heeft een lange weg te gaan om dat vertrouwen ooit nog terug te winnen. En zolang types als Bruls nog steeds trots zijn op hun “robuuste” avondklok, komen we geen millimeter verder. Realistische reflectie: ze hebben ons geknecht, en een deel van ze vond het nog lekker ook. Nooit meer.




