De Raad van State heeft weer gesproken, en zoals gewoonlijk klinkt het als een echo uit een parallel universum waar feiten niet bestaan en de gewone Nederlander vooral niet lastiggevallen mag worden met realiteit. Het advies kraakt het voorstel van JA21, BBB, FVD, Keijzer en Groep Markuszower om de omstreden Spreidingswet in te trekken. Want ja, dat zou “maatschappelijke onrust” veroorzaken. Terwijl het handhaven van die asieldwangwet juist de echte onrust veroorzaakt: overvolle azc’s, gedwongen spreiding over dorpen en steden die er niet om gevraagd hebben, en een bevolking die het zat is om de rekening te betalen voor een falend asielbeleid.
Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. En de Raad van State is de ultieme zachte heelmeester in toga. Volgens de adviseurs is het “niet uitzonderlijk” dat Den Haag taken oplegt aan gemeenten. Dat klopt, maar het is wél uitzonderlijk dat die taken bestaan uit het gedwongen huisvesten van tienduizenden asielzoekers terwijl de eigen bevolking wachtlijsten heeft voor woningen, zorg en scholen. De RvS rept met geen woord over de enorme onrust die juist deze wet veroorzaakt: inwoners die protesteren, gemeenten die in opstand komen, en een asielindustrie die zichzelf in stand houdt.
“Gemeenten vrezen onrust”, maar welke onrust eigenlijk?
De Raad wijst erop dat gemeenten en het COA tégen intrekking zijn. Natuurlijk zijn ze dat. Het COA heeft baat bij meer opvangplekken en gemeenten krijgen (tijdelijk) centen om de ellende te beheren. Maar de echte onrust komt van de burgers die zien hoe hun leefomgeving verandert, hun kinderen op scholen met taalachterstand zitten en de criminaliteit oploopt. De Raad zwijgt daarover. Men leeft blijkbaar in een Haagse bubbel waar demonstraties tegen asielopvang niet bestaan en waar “internationale verplichtingen” heilig zijn, ook als die verplichtingen Nederland op de knieën dwingen.
Het voortdurend ter discussie stellen van de wet zou “ongewenst” zijn voor de uitvoering. Vertaling: hou je mond, burger, en slik het maar en betaal braaf je belasting. Alsof een slecht beleid niet ter discussie mag staan omdat het “recent” is ingevoerd. Dat is de logica van de ivoren toren: eenmaal aangenomen, nooit meer aankomen. Ondertussen lopen de wachtlijsten voor huizen op, stijgen de kosten de pan uit en groeit de ergernis onder de Nederlanders die het allemaal mogen betalen.
Gelukkig is het advies van de Raad van State niet bindend. De politiek kan en moet dit naast zich neerleggen. Het intrekken van de Spreidingswet is geen luxe, het is bittere noodzaak. Geen gedwongen spreiding meer, maar een asielbeleid dat prioriteit geeft aan de eigen bevolking en alleen ruimte biedt aan echte vluchtelingen die zich aan de regels houden. Geen asieltsunami meer die gemeenten ontwricht.
De Raad van State bewijst met dit advies opnieuw dat ze ver verwijderd zijn van de realiteit op straat. Terwijl gewone Nederlanders de gevolgen ondervinden van jarenlang open-grenzen-beleid, zitten de heren en dames in Den Haag te orakelen over “constitutioneel bestel” en “internationale verplichtingen”. Het wordt tijd dat de politiek kiest voor het landsbelang in plaats van voor de adviezen van een elitaire club die de maatschappij niet meer begrijpt.
Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Tijd voor harde realisten die de Spreidingswet intrekken en het asielbeleid eindelijk onder controle brengen. Voordat de onrust écht ontploft.




