Door: Paul Cliteur
Na haar “Witte mannen naar achteren”-uitspraak in Nederland trekt de Nederlandse protestartieste Sophie Straat met dezelfde uitspraak nu ook op Gentse Feesten de aandacht.
Dit zei Straat in België: “Er is nooit tijd voor nuance. We zijn al lang overtijd voor nuance. Alle witte mannen naar achteren! Het is tijd voor de girls, de queers, people of colour. Geen tijd voor nuance: we zijn al te laat, al lang te laat voor nuance. Alle witte mannen naar achteren, witte mannen naar achteren!”
Het interessante van deze uitspraak is dat Straat hierdoor de non-discriminatie-instellingen in grote problemen brengt. Die non-discriminatie-instellingen (het College voor de Rechten van de Mens, de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme, het Openbaar Ministerie en in België het Gelijkekansencentrum Unia) zijn nu al geneigd om te discrimineren jegens witte mannen. Dat kunnen zij natuurlijk niet openlijk uitspreken, maar zo is het wel. Dat gebeurt omdat die non- of anti-discriminatieinstellingen geneigd zijn aan “positieve actie” of – iets duidelijker – aan “positieve discrminatie” te doen. Dat wil zeggen dat zij groepen die zij kwalificeren als “minderheden” meer rechten willen geven dan groepen die zij kwalificeren als “de meerderheid”. De witte mannen worden daarbij dan vaak als de “meerderheid” gezien en achterstelling van die “meerderheid” wordt dan gerechtvaardigd ten opzichte van die “minderheden”. Soms wordt er door die non-discriminatie-instelling gezegd dat dit “tijdelijk” zou mogen gebeuren. Immers er moet een “achterstand” worden ingehaald.
Critici van dit “non-discriminatiebeleid” wijzen erop dat het zelf inherent discriminatoir is, immers:
- Het is discriminerend
- Het is zelfs racistisch (immers de huidskleur, wit, is de grond voor de discriminatie)
De critici hebben gelijk. Het “non-discriminatiebeleid” van de non-discriminatie-instellingen is dan ook vaak verwerpelijk en contraproductief.
Zolang echter die positieve discriminatie een beetje vaag wordt geformuleerd, krijgt deze vaak de goedkeuring van de non-discriminatiestellingen. Bijvoorbeeld zo: “girls, queers, people of colour, kom naar voren!”. Dan denken vele mensen: “Oh, wat schattig, ja, mooi hoor, deze mensen verdienen ook onze aandacht”. Maar zo werd het dus niet geformuleerd door Sophie Straat. Straat zei: “Alle witte mannen naar achteren!”. Daarmee discrimineerde zij dus overduidelijk op kleur (racisme!) een bepaalde groep.
Nu de klachten jegens Straat binnenstromen bij het Gelijkekansencentrum Unia moet men daar wat mee. Wat gaat men doen? Er zijn twee opties:
- Men gaat Straat veroordelen vanwege haar discriminatie
- Men gaat een uitvlucht zoeken om haar gedrag toch nog niet te behoeven veroordelen.
Een duivels dilemma voor Unia. Alleen met het eerste behoudt zij natuurlijk enige geloofwaardigheid als non-discriminatie-instelling. Maar goed, we leven in een tijd waarin de instellingen voor onze ogen ontaarden. Wat het dus gaat worden: we zullen het zien.
Paul Cliteur is de schrijver van Moreel Esperanto: naar een autonome ethiek (2007):





Comments 1