Als Nederlander ga je je steeds meer schamen voor je eigen land. De Jodenhaat giert door de straten en de rebellie van islamolinks wordt door de overheid totaal niet neergeslagen. Wanneer je dan het bericht van het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken leest, komt er een machteloze woede op.
Bijna twee jaar nadat Israëlische voetbalsupporters in Amsterdam werden opgejaagd en mishandeld, staat Nederland opnieuw voor een fundamentele politieke keuze: beschermt de overheid mensen die worden bedreigd, of beperkt zij hun vrijheid omdat anderen met geweld dreigen?
De uitsluiting van supporters van Hapoel Be’er Sheva in Alkmaar raakt daarmee aan veel meer dan voetbal. Het gaat om de geloofwaardigheid van de Nederlandse rechtsstaat. Wanneer veiligheidsdreigingen ertoe leiden dat Israëlische supporters worden geweerd, ontstaat een gevaarlijk precedent: wie voldoende dreiging veroorzaakt, kan bepalen wie welkom is in de openbare ruimte.
De politieke verantwoordelijkheid ligt bij het kabinet, de burgemeester en de veiligheidsautoriteiten. Zij moeten kunnen uitleggen waarom bescherming van bezoekers niet mogelijk is, welke concrete risico’s zijn vastgesteld en waarom minder ingrijpende maatregelen onvoldoende zouden zijn.
Daar komt de bredere discussie over antisemitisme bij. Politici die zich terecht uitspreken tegen discriminatie, moeten ook duidelijk maken waar kritiek op de Israëlische regering eindigt en intimidatie of uitsluiting van Israëlische burgers begint. Die grens mag niet afhankelijk zijn van de politieke populariteit van Israël.
Ook de roep om Israëlische uitsluiting van het Eurovisiesongfestival past in deze discussie. Critici zien daarin een ontwikkeling waarbij individuele Israëliërs steeds vaker worden aangesproken op het handelen van hun regering.
De politieke inzet is uiteindelijk deze: kan Nederland de veiligheid en gelijke behandeling van Israëlische bezoekers garanderen, ook wanneer hun aanwezigheid protest oproept? Of wordt de dreiging van geweld voortaan een doorslaggevend argument om juist hen buiten te sluiten? Dat is de vraag waarop de verantwoordelijke bestuurders een overtuigend antwoord moeten geven.
Het is verschrikkelijk en betreurenswaardig dat ons land, ooit een grote voorstander van Israël, deze kant op gaat. Twee jaar geleden werden Israëlische voetbalsupporters door de straten van Amsterdam gejaagd. Nu worden Israëlische fans uit een stadion geweerd uit angst voor nieuw geweld. De dreiging bepaalt wie welkom is, terwijl degenen die met geweld dreigen hun zin lijken te krijgen. De overheid kiest de weg van de minste weerstand: de bezoeker weren in plaats van de aanstichter aanpakken. Dat is geen veiligheidsbeleid. Het is capitulatie.
Realistische Reflecties hoopt dat de stemming zal keren, maar de toekomst ziet er somber uit. De stille meerderheid moet echt in beweging komen. Anders gaan wij hetzelfde lot ondervinden als Iran in 1979, toen een land in korte tijd van koers veranderde en de vrijheid verdween onder de druk van een ideologie die geen tegenspraak duldt. De haat giert nu door de straten. De overheid slaat haar niet neer. De schaamte is terecht. De woede ook. De vraag is of de meerderheid op tijd beweegt, of dat de brandhaard zich verder uitbreidt.
Mis geen enkel belangrijk verhaal meer!
De media vertellen lang niet altijd het hele verhaal. Daarom brengt Realistische Reflecties dagelijks scherpe analyses, achtergronden en opinies die je niet snel ergens anders leest.
Schrijf je gratis in voor onze nieuwsbrief en ontvang de belangrijkste artikelen, exclusieve columns en opvallende nieuwsverhalen rechtstreeks in je mailbox.
Zo blijf je altijd op de hoogte van wat er écht speelt.




