Geert Wilders is op werkbezoek in Israël. En hij zwijgt niet. Op X schrijft hij: “Op werkbezoek in Israël. Leg overal uit dat linkse politici als Frans #Timmermans met hun blinde Israel-haat juist de aanjagers van antisemitisme zijn en enge islamknuffelaars bovendien. Als Jetten nog iets van ballen over heeft trekt hij de status minister v staat meteen in.” Daar is zoals wij Wilders kennen geen woord Spaans bij.
Gisteren schreef Realistische Reflecties al over de bizarre uitspraken van Timmermans in de Vlaamse krant De Morgen. Daarin stelde hij dat Israël “precies hetzelfde” doet met de Palestijnen als de nazi’s destijds met de Joden. Een klassiek voorbeeld van Holocaust-omkering. De slachtoffers worden daders. De Joodse staat wordt gelijkgeschakeld aan het regime dat zes miljoen Joden vermoordde.
Enkele juristen op het web merken terecht op dat zulke uitspraken, vooral de directe vergelijking met de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust, als antisemitisch kunnen worden aangemerkt en mogelijk strafbaar zijn. De IHRA-definitie van antisemitisme is hier glashelder.
Wilders heeft gelijk. Wie dit soort giftige vergelijkingen maakt, is geen staatsman. Hij is een aanjager van de haat die Joden in Europa dagelijks ondervinden. Dat premier Jetten deze man nog steeds wil belonen met de eretitel minister van Staat, is een schande. Als er nog iets van moreel besef over is in Den Haag, wordt die voordracht vandaag nog ingetrokken.
Wilders staat waar hij hoort te staan: in Israël, aan de kant van de enige democratie in het Midden-Oosten. Timmermans staat aan de andere kant. En dat verschil is inmiddels pijnlijk duidelijk.




