Oud-BBB staatssecretaris Nicki Pouw-Verweij twittert wat ze al jaren in verschillende partijen probeert: een conservatieve volkspartij. FVD, JA21, BBB. Nu Project2029. “Al jaren droom ik van een conservatieve volkspartij. Na jaren liberale destructie is Nederland toe aan conservatieve reconstructie. We moeten ons fundament versterken, om het goede dat opgebouwd is te behouden voor onze kinderen.” Daarna de link naar project2029.nl. Wees welkom.
Dat zoeken is geen geheim. Wie de route van Pouw-Verweij volgt, ziet iemand die hetzelfde gat blijft aanwijzen: een partij die gemeenschappen, gezin, ondernemerschap en nationale continuïteit serieus neemt. Of Project2029 dat gat vult, moet nog blijken. Een website is nog geen volkspartij. Een droom maakt nog geen verkiezingswinst.
Syp Wynia reageert zoals Wynia dat hoort te doen. Niet met applaus, niet met een sneer, maar met de vraag die in Den Haag altijd blijft hangen. “Ik vraag het voortdurend en krijg nooit een antwoord. Waar komt die afkeer van het liberalisme toch vandaan? En waaruit bestaat die ‘liberale destructie’? Benieuwd. Wie weet meer?” Dat is geen haarkloverij. Dat is de kern. Want “liberaal” is in Nederland een etiket geworden dat van alles dekt: VVD, D66, Brusselse maakbaarheid, identiteitspolitiek en tegelijk het oude verhaal over eigendom en vrije meningsuiting. Wie alles op één hoop gooit, krijgt ruzie over een woord in plaats van over beleid.
Pouw-Verweij geeft antwoord. Mensen komen tot hun recht in gemeenschappen. Het liberalisme, zegt zij, staart zich dood op het individu. Het liberalisme van de VVD heeft de afgelopen decennia veel gedaan om gemeenschappen af te breken. Funest voor het land.
Die vinger wijst niet in het luchtledige. Onder Mark Rutte heeft de VVD het liberalisme in Nederland zwaar beschadigd. Niet door te veel vrijheid, maar door het woord liberaal te blijven gebruiken terwijl de praktijk de andere kant op ging. Veertien jaar “liberaal” premierschap leverde geen kleinere staat op, geen rust voor ondernemers, geen bescherming van eigendom als vanzelfsprekendheid. Het leverde coalities op die steeds meer regelden, steeds meer beloofden en steeds minder durfden te kiezen.
Ruttes VVD werd de bestuurderspartij van het midden. Migratie werd beheersbaar genoemd tot de cijfers het tegendeel bewezen. Woningnood groeide terwijl de overheid de bouw in de tang hield. Stikstof werd een juridisch wapen tegen boeren en bedrijven. Lasten en rapportageplichten stapelden zich op. In crisistijd schoof de staat dieper het privéleven in, en daarna bleef een deel van die reflex hangen. Dat is geen klassiek liberalisme. Dat is macht die zichzelf onmisbaar maakt en het etiket laat staan omdat het nog stemmen trekt.
Lex Hoogduin trekt de andere kant op. Niemand, schrijft hij. De diagnose klopt niet. Er is geen “liberale destructie”. Wel een Tweede Kamer waarin bijna iedereen vindt dat de overheid de regie moet “hernemen”. Gevolg: een staat die alles tegelijk wil, dingen wil die niet kunnen, en van alles niets terechtbrengt.
Rob Roos geeft antwoord op de grote vraag. De afkeer geldt niet het klassieke liberalisme: beperkte overheid, eigendom, vrije meningsuiting, contractvrijheid, ruimte om te ondernemen. De “liberale destructie” is iets anders. Partijen die het etiket nog voeren, maar de kern hebben ingeruild voor maakbaarheid. Meer staat, meer regels, meer lastendruk, meer controle, minder vrijheid voor burger én MKB.Dat zie je in stikstof- en energieregels die bedrijven platleggen. In rapportageplichten die geen ondernemer meer bijhoudt. In een belastingstelsel dat werken en ondernemen afstraft. In een overheid die steeds dieper in gezin, vereniging en bedrijf kruipt. Niet omdat de markt faalde. Omdat de politiek overal “regie” wilde.
Roos zijn vraag aan VVD, D66 en Renew Europe is terecht. Waarom noemen zij zichzelf nog liberaal? Staan zij nog voor de vrijheid van burgers en ondernemers? Het label verkoopt. De kernwaarde is vergane glorie. Daar ontstaat de verwarring.
Bij Realistische Reflecties is die verwarring allang geen raadsel. De kritiek richt zich op het sociaal-liberalisme, niet op het klassieke liberalisme.
Met individuele vrijheid, eigen verantwoordelijkheid, een beperkte overheid, vrijheid van meningsuiting en bescherming van particulier eigendom is weinig mis. Integendeel. Dat is geen destructie. Dat is de voorwaarde waarop Nederland überhaupt iets kon opbouwen.
De kritiek begint waar liberalisme wordt verbonden met een maakbare samenleving, identiteitspolitiek, een uitdijende overheid en het idee dat gezin, buurt, kerk, vereniging en bedrijf vooral obstakels zijn voor individuele ontplooiing. Dan blijft er een los individu over. En een staat die het vacuüm vult.
Dát is geen klassiek liberalisme. Dat is sociaal-liberalisme met een oud visitekaartje. Wynia vraagt terecht om precisie. Pouw-Verweij wijst terecht op gemeenschappen. Hoogduin wijst terecht op de overheidsreflex. Roos wijst terecht op het gestolen etiket. Die drie antwoorden bijten elkaar minder dan het op X lijkt. Ze raken dezelfde breuklijn: vrijheid als ruimte voor burgers versus vrijheid als alibi voor steeds meer sturing.
Een conservatieve reconstructie heeft alleen zin als ze die breuklijn helder houdt. Niet “weg met het liberalisme”. Meer regels, meer overheidssturing en meer identiteitspolitiek maken een samenleving niet vrijer.
Project2029 mag zich aandienen. De zondagvraag van Wynia blijft staan. Wie “liberale destructie” zegt, moet precies zijn. Anders wordt het weer een slogan. En slogans hebben we in Den Haag al genoeg.
Mis geen enkel belangrijk verhaal meer!
De media vertellen lang niet altijd het hele verhaal. Daarom brengt Realistische Reflecties dagelijks scherpe analyses, achtergronden en opinies die je niet snel ergens anders leest.
Schrijf je gratis in voor onze nieuwsbrief en ontvang de belangrijkste artikelen, exclusieve columns en opvallende nieuwsverhalen rechtstreeks in je mailbox.
Zo blijf je altijd op de hoogte van wat er écht speelt.




