Het is een opmerkelijk stuk in het AD: burgemeesters klagen dat de lokale democratie de Spreidingswet niet wil uitvoeren. Nieuwe coalities schrijven klip en klaar in hun akkoorden dat ze géén asielzoekers meer willen opvangen. Nul. Zero. En daartussenin staan de burgemeesters, met VNG-voorzitter Sharon Dijksma die zorgelijk voor de camera’s verschijnt: „Burgemeesters en wethouders kunnen in een enorm akelige klem terechtkomen.”
Ja, dat is inderdaad een klem. Maar misschien niet de klem die Dijksma bedoelt. Aan de ene kant heb je de Spreidingswet, een landelijke wet die asielzoekers ‘eerlijk’ over het hele land moet verdelen, of gemeenten dat nu leuk vinden of niet. Aan de andere kant heb je kiezers die bij de gemeenteraadsverkiezingen massaal partijen hebben gesteund die precies het tegenovergestelde beloofden: geen extra opvang, geen AZC in de achtertuin, geen gedwongen spreiding meer. En die kiezers zien nu dat hun stem blijkbaar meetelt tot het moment dat Den Haag anders beslist. Dat wringt. Hevig.
Democratie als theater?
Wat is lokale democratie nog waard als de uitkomst van verkiezingen systematisch wordt genegeerd zodra ze niet in het Haagse straatje passen? Inwoners stemmen op partijen die zeggen: “Hier komt geen asielopvang.” Vervolgens krijgen ze te horen dat de coalitieakkoorden mooi zijn, maar dat de wet nu eenmaal de wet is. Burgemeesters zitten klem, jazeker. Maar de échte klem zit bij de burger: je mag stemmen, je mag je onvrede uiten, je mag zelfs een meerderheid vormen, zolang het maar geen consequenties heeft voor het asielbeleid.
De trend is onmiskenbaar. Steeds meer gemeenten kiezen expliciet voor een ‘nul-asiel’-koers in hun nieuwe bestuursakkoorden. Dat is geen rare bevlieging van een paar boze burgers. Dat is de stem van mensen die jarenlang hebben gezien hoe hun dorpen en steden veranderden, hoe huisvesting, scholen en zorg onder druk kwamen te staan, en die nu eindelijk zeggen: genoeg.
En toch blijft het refrein hetzelfde: Den Haag heeft beslist, dus jullie stem is een advies. Niet meer dan dat.
Vertrouwen verdampt
Of je nu voor meer asielopvang bent of er faliekant tegen: dit kan niemand ontkennen. Wanneer burgers het gevoel krijgen dat verkiezingen vooral een ritueel zijn, een soort therapeutische stemming waarbij de uitkomst toch wel vastligt, dan brokkelt het fundament onder de democratie af. Waarom zou je nog naar het stemhokje gaan als je lokale bestuurders vervolgens moeten buigen voor een wet die is doorgedrukt ondanks eerdere beloftes over ‘strenger asielbeleid’?
Sharon Dijksma maakt zich zorgen over burgemeesters in de klem. Terecht, op individueel niveau. Maar het echte probleem is groter: een groeiende kloof tussen bestuur en burger. Een kloof die niet wordt gedicht door nog meer dwang, nog meer handhaving of nog meer moraliserende columns over ‘solidariteit’. Die kloof wordt gedicht door beleid dat aansluit bij wat mensen daadwerkelijk ervaren in hun eigen leefomgeving.
Zolang de elite blijft doen alsof de wil van de kiezer een storend neveneffect is van de democratie, in plaats van de kern ervan, zal het wantrouwen alleen maar toenemen. En dat zou iedereen zorgen moeten baren, niet alleen burgemeesters die lastige coalities moeten managen, maar iedereen die gelooft dat ons systeem alleen kan overleven met draagvlak.
De burgers hebben gesproken. Nu is het aan de bestuurders om te luisteren. Of te doen alsof het niet zo is. Maar reken maar dat de kiezer dat verschil ziet. Volgende ronde.




