“Schrijnend en confronterend.” Zo noemde koning Willem-Alexander vrijdag in Leiden het onderzoek naar de rol van het Huis Oranje-Nassau in het koloniale verleden. “Een conclusie die me raakt.” Hij zei het na de overhandiging van vijf boeken, betaald door hemzelf, geschreven door zestig onderzoekers onder Gert Oostindie. Schrijnend voor hem. De rekening van dit deugtheater ligt bij u.
Dit is slavenmoraal in de zin van Nietzsche. Een oordeel over wat voorouders deden in hun eigen eeuw. Een ritueel van zelfkastijding, waarbij de nakomeling de zonde van de stam op zich neemt en de levenden laat meebetalen in berouw. De koning sprak van “onverbloemde en indringende” bevindingen. Zonder erkenning komen we niet verder, zei hij. Erkenning is hier geen feit. Erkenning is het begin van een rekening.
De feiten uit het onderzoek zijn smaller dan de toon. De Oranjes steunden eeuwenlang het kolonialisme, met overtuiging en zonder bedenkingen, tot en met Wilhelmina. Koloniale oorlog en het neerslaan van verzet vonden zij onvermijdelijk. Tegelijk waren zij zelden bepalend. Oostindie zei het zelf: het Nederlandse kolonialisme was belangrijker voor het Huis dan het Huis voor het Nederlandse kolonialisme. Aan de trans-Atlantische slavenhandel verdienden zij vrijwel niets. Het omgerekende profijt, bijna 576 miljoen euro, kwam voor het overgrote deel uit Nederlands-Indië. De onderzoekers zelf: de Oranjes zijn er niet puissant rijk van geworden. Vermeende miljarden vinden geen bevestiging.
Willem-Alexander hoorde iets anders. Niet alleen het “overduidelijke gebrek aan handelen”. Actieve steun, inclusief instemming met het neerslaan van verzet. Vóór Juliana ontbrak “tegendraads leiderschap”, en dat had misschien verschil gemaakt. Drie generaties later raakt het hem nog. Hij financierde het onderzoek, 1,6 miljoen euro, en wilde het “volstrekt maar dan ook volstrekt onafhankelijk”. De spaden diep de grond in. De uitkomst moest voor iedereen beschikbaar zijn. Dat is gebeurd. Wat daarna komt, is geen wetenschap meer.
Hij noemde het rapport geen afronding maar een aansporing. Het verleden kan hij niet veranderen. Wel kan hij een positieve bijdrage leveren aan heden en toekomst. De ongemakkelijke uitkomsten zijn een extra stimulans voor de eed bij zijn inhuldiging: de vrijheid en de rechten van alle Nederlanders en ingezetenen beschermen. Mooie zin. In de praktijk betekent “aansporing” in dit dossier zelden een gesloten boek. Het betekent een volgende commissie, een volgende excus, een volgende claim dat erkenning nog niet genoeg is.
De Nederlander van nu heeft die kolonie niet bestuurd. Hij betaalt wel de monarchie, de universiteit en de politieke klasse die van elke historische studie een schuldbekentenis maakt. Schrijnend en confronterend, zegt de koning. Voor hem. Voor u is het de zoveelste ronde waarin het verleden wordt opgegraven om het heden moreel te belasten. Nietzsche had er een naam voor. Zelfkastijding die deugd heet, en waarvan de rekening nooit bij de aanstichter blijft.
Mis geen enkel belangrijk verhaal meer!
De media vertellen lang niet altijd het hele verhaal. Daarom brengt Realistische Reflecties dagelijks scherpe analyses, achtergronden en opinies die je niet snel ergens anders leest.
Schrijf je gratis in voor onze nieuwsbrief en ontvang de belangrijkste artikelen, exclusieve columns en opvallende nieuwsverhalen rechtstreeks in je mailbox.
Zo blijf je altijd op de hoogte van wat er écht speelt.




