Gisteren was het weer raak in het Rotterdamse stadhuis. Wat een klassiek D66-tafereel had moeten worden, een keurige installatie van hun beoogde wethouder, ontaardde in een complete chaos. Een daverende verrassing, volop drama en vooral: een pijnlijk signaal dat D66 niet eens baas is in eigen huis. Laat staan in de stad.
D66-raadslid Joan Nunnely is onverwacht gekozen tot wethouder. Niet Eva Heijblom, de door de partij voorgedragen topkandidate voor Cultuur en Mobiliteit. Heijblom, topambtenaar van het ministerie van Binnenlandse Zaken, kreeg 21 stemmen. Nunnely sleepte er 23 binnen. Gewoon, via de geheime stemming waarbij raadsleden op papieren briefjes ook zomaar een ander naam mogen krabbelen, zichzelf, een collega, wie dan ook. En dat deden ze.
De bloemen stonden klaar, burgemeester Carola Schouten stond in de startblokken, Heijblom zat met haar gezin achterin de zaal te wachten op het verlossende woord. In plaats daarvan moest ze het stadhuis verlaten zonder wethouderschap. Op zoek naar een woning in Rotterdam was ze al, maar die hoeft voorlopig niet gekocht te worden. Nunnely keek zelf ook enigszins overdonderd. “Ik wist niet dat dit eraan kwam. Dus het is voor mij ook een mooie verrassing en ik ben trots dat ik vertrouwen krijg van de raad,” zei ze. Ja, dat zal wel.
Dit is geen ongelukje. Dit is D66 dat de grip volledig kwijt is. Een partij die al jaren meer bezig is met diversiteitstheater dan met inhoud, krijgt nu letterlijk de rekening gepresenteerd in de eigen gelederen. Nunnely had eerder al kritiek geuit op de ‘witte wethoudersploeg’. En kijk aan: ineens krijgt zij de stemmen. Kwantiteit in plaats van kwaliteit, met als voornaamste oogmerk ordinair racisme, maar dan omgekeerd, verpakt in de gebruikelijke progressieve slogans.
PRO-partijleider Jeroen Postma, die dit net als veel anderen niet zag aankomen, zei droogjes dat de coalitie zich nu gaat bezinnen. Bezinnen? Ze mogen vooral eens gaan nadenken hoe het in hemelsnaam mogelijk is dat een coalitiepartner zijn eigen kandidaat niet eens door de eigen raad krijgt. Dit is niet zomaar een interne misrekening. Dit is een publieke executie van het D66-verhaal in Rotterdam.
De raadzaal was gisteren het toneel van puur theater. Geheime stemmingen, verrassingskandidaten, een teleurgestelde kandidaat die met hangende pootjes vertrekt. Terwijl de stad kampt met echte problemen, woningnood, criminaliteit, mobiliteit, houdt D66 zich bezig met interne machtsspelletjes en diversiteitsquota. En dan verbaasd zijn dat het misgaat.
Realistische Reflecties concludeert: dit is precies wat er gebeurt als identiteitspolitiek belangrijker wordt dan competentie. D66 dacht de agenda te bepalen, maar de raad besliste anders. Nunnely is gekozen. Heijblom is thuis. En de Rotterdammers mogen weer eens constateren dat hun bestuurders vooral met zichzelf bezig zijn.
Hoe lang houdt deze coalitie dit nog vol? De vraag stelt zichzelf.




