Boy George zingt een pro-Israëlisch lied en krijgt meteen de volle laag. Negatieve reacties, gedoe met zijn platenmaatschappij, een West End-musicaloptreden dat in rook opgaat. Klassiek. In de culturele sector is steun aan Israël inmiddels riskanter dan een misstap met drugs of een seksschandaal uit de jaren tachtig. De cancelmachine draait op volle toeren zodra een artiest afwijkt van de verplichte pro-Palestijnse, anti-Israëlische lijn.
Normaal gesproken vind ik de muziek van Boy George gewoon kut. Maar hulde. Hij durft kleur te bekennen, terwijl half de entertainmentindustrie wegduikt of meepraat met de verplichte anti-Israël-koor. Dat is meer waard dan al zijn hits bij elkaar.
En precies daarom is het prijzenswaardig wanneer bekende gezichten uit de entertainmentindustrie wél die kant kiezen. Wanneer zij openlijk achter Israël staan en in het verlengde daarvan achter het Iraanse volk dat al decennia gebukt gaat onder het ayatollah-regime. Wanneer zij de aanvallen op die theocratische dictatuur niet veroordelen, maar begrijpen als een noodzakelijke klap tegen een regime dat vrouwen onderdrukt, homoseksuelen ophangt, dissidenten martelt en terrorisme exporteert.
Dat is geen modegril. Dat is moreel lef. In een industrie die doordrenkt is van selectieve verontwaardiging, waar “vrijheid van meningsuiting” alleen geldt zolang je de juiste slogans herhaalt, is afwijken van de groep een daad van verzet. De meesten zwijgen of buigen mee. Een handvol doet het niet. Zij betalen er de prijs voor: verloren gigs, boze fans, stille boycots. Maar zij laten zien dat er nog een grens is.
Israël is de enige democratie in een regio vol dictaturen. Het Iraanse volk leeft onder een regime dat de eigen burgers als vijand behandelt en de regio destabiliseert met proxies en nucleaire ambities. Steun aan de aanvallen op dat regime is geen oorlogszucht. Het is steun aan de mogelijkheid dat Iraniërs ooit vrij ademen. Wie dat durft te zeggen in een wereld van influencers, festivals en streamers die liever meelopen met de menigte, verdient respect.
Boy George is geen heilige. Maar hij liet zich niet monddood maken. En elke artiest (O.a. Robbie Williams) die hetzelfde doet, die weigert de verplichte haat tegen Israël te slikken en die het Iraanse volk niet vergeet, doorbreekt de stilte. In een sector die trots is op “diversiteit” maar geen afwijkende mening verdraagt, is dat geen detail. Dat is karakter.
De entertainmentindustrie mag dan denken dat zij de morele maatstaf bepaalt. Steeds vaker blijkt dat de échte maatstaf ligt bij de enkeling die weigert te knielen.


