Gisteren deed Donald Trump een opvallende uitspraak. De Amerikaanse president beweerde dat hij de Turkse leider Recep Tayyip Erdogan persoonlijk heeft weerhouden om Turkije aan de zijde van Iran te slepen in de oorlog tegen Israël. Erdogan zou “een belangrijke kandidaat” zijn geweest om mee te doen, “omdat hij geen grote fan van Israël is”. Trump noemde hem in één adem een “great leader”, een “zeer sterke man” en een “vriend”. En hij hintte meteen op mogelijke verkoop van F-35 gevechtsvliegtuigen.
Klinkt als een succesverhaal voor de diplomatie. Maar kijk je voorbij de mooie woorden, dan zie je een heel ander beeld. Dit is geen bewijs van Erdogans betrouwbaarheid. Dit is het bewijs dat hij klaarstond om het Westen te verraden.
Een bondgenoot die geen bondgenoot is
Turkije is al jaren een NAVO-lid dat zich gedraagt als een vijand in vermomming. Erdogan heeft Russische S-400-luchtafweersystemen gekocht, systemen die onverenigbaar zijn met de NAVO en een direct veiligheidsrisico vormen voor westerse technologie. Daardoor werd Turkije al uit het F-35-programma gegooid. Nu Trump overweegt diezelfde geavanceerde straaljagers alsnog te leveren, zou dat een beloning zijn voor jarenlange onbetrouwbaarheid.
En dan is er de bredere agenda. Erdogan steunt openlijk Hamas. Hij noemde de terreurorganisatie geen terroristische groepering, maar “vrijheidsstrijders”. Hamas-leiders worden in Turkije opgevangen, sommigen krijgen zelfs Turkse paspoorten. Zijn retoriek tegen Israël is al jaren giftig: vergelijkingen met Hitler, beschuldigingen van genocide, terwijl hij zelf een autoritair bewind leidt dat Koerden onderdrukt en politieke tegenstanders laat oppakken.
In de recente spanningen rond Iran en Israël toonde Erdogan opnieuw waar zijn sympathieën liggen. Dat Trump moest ingrijpen om te voorkomen dat Turkije zich bij Iran schaarde, zegt alles. Dit is geen incident. Dit is patroonherkenning.
Een wolf in schaapskleren
Erdogan presenteert zich als pragmaticus, als sterke man die zaken kan doen met iedereen. In werkelijkheid is hij een islamist met neo-Ottomaanse ambities. Hij wil invloed in de moslimwereld, controle over energieroutes en vitale maritieme slagaders zoals de Bosporus. Als NAVO-lid deelt hij gevoelige informatie, heeft hij toegang tot militaire planning en kan hij in een echte crisis de boel blokkeren of verraden.
Turkije heeft al eerder laten zien wat het waard is: het blokkeerde jarenlang de toetreding van Zweden en Finland tot de NAVO, flirt met Rusland wanneer het uitkomt, en gebruikt migratie als drukmiddel tegen Europa. Dit is geen betrouwbare partner. Dit is een land dat binnen de alliantie opereert terwijl het eigen belangen nastreeft die haaks staan op die van het Westen.
Tijd voor harde keuzes
Trump mag Erdogan persoonlijk aardig vinden, dat is zijn goed recht. Maar sentiment mag geen veiligheidsbeleid vervangen. De feiten zijn duidelijk:
- Turkije koopt Russische wapens.
- Turkije steunt terroristen die Israël willen vernietigen.
- Turkije was bereid om in een oorlog tegen een NAVO-partner (Israël) mee te doen met Iran.
Als dit geen reden is om Turkije uit de NAVO te gooien, wat dan wel? Een echte aanval op een bondgenoot? Een S-400 die Amerikaanse vliegtuigen neerhaalt? We wachten niet tot het te laat is.
De NAVO is geen liefdadigheidsinstelling. Het is een militaire alliantie gebaseerd op gedeelde waarden en wederzijds vertrouwen. Erdogan heeft dat vertrouwen al lang verspeeld. Het verkopen van F-35’s aan zo’n regime is niet alleen naïef, het is gevaarlijk. Het is het Westen dat zichzelf in de rug steekt.
Erdogan is geen “great leader” in de zin die voor onze veiligheid telt. Hij is een wolf in schaapskleren. En wolven horen niet in de kudde. Turkije eruit. Nu. Voordat het te laat is.




