Terwijl Amsterdam langzaam verandert in een openluchtvuilnisbelt vol toeristenstront, urine en troep, heeft het linkse college weer een prachtig nieuw woordje: flexibiliteit. In gewoon Nederlands betekent dat: geld binnenhalen met toeristenbelasting en Verpact, en het vervolgens vrolijk over de hele stad uitstrooien aan linkse hobby’s, klimaatprojecten en diversiteitsgezever. En als de straten dan echt onder de rotzooi liggen? Sorry, op = op.
JA21-fractievertegenwoordiger Bastiaan de Kort sloeg de spijker op z’n kop in de raad. Oormerk die inkomsten nou gewoon voor waar ze voor bedoeld zijn: Amsterdam schoon houden, opruimen en leefbaar maken. Geen gedoe. Geen plannen. Gewoon doen. Maar het college? Dat geeft geen steekhoudend antwoord. Drie interrupties op, klaar. Volgende agendapunt. Typisch Haags/Amsterdams bestuur: stroperig, onmachtig en vooral druk met alles behalve het echte werk. Het gaat niet om geld. Het gaat niet om plannen. Het gaat om opruimen.
Amsterdam had een van de mooiste steden van Europa kunnen zijn. Grachten, historie, cultuur. In plaats daarvan is het een smerige toeristenattractie waar bewoners worden weggedrukt, ondernemers worden uitgeknepen en de openbare ruimte verandert in één grote kotsbak. Toeristenbelasting ophalen? Prima. Maar dan moet dat geld ook daadwerkelijk gebruikt worden om diezelfde toeristen niet door hun eigen troep te laten lopen en de Amsterdammers niet te laten stikken in de rotzooi.
Nee hoor. Flexibiliteit, zeggen ze. Dat betekent in de praktijk: het geld is alvast uitgegeven aan iets anders. En als de boel dan écht een puinhoop wordt, komt er weer een duur onderzoek, een werkgroep, een ambitieus coalitieakkoord en natuurlijk… extra geld. Van de Amsterdammer zelf, want die mag altijd dokken.
Dit is geen bestuur. Dit is bestuurlijke impotentie. Een eeuwigdurende stroperigheid waarin niets echt wordt opgelost omdat ideologie en eigenbelang altijd voorgaan. In het college zijn PRO Amsterdam en D66 er meesters in: geld ophalen onder het mom van “leefbaarheid”, en het vervolgens wegsluizen zodat de straten nog viezer worden. Bastiaan de Kort noemt het bij de naam. De rest zwijgt, draait of valt terug op hun drie interrupties.
Amsterdam kan zo’n mooie stad zijn. Maar dan moet er wel iemand durven zeggen: genoeg met de plannen, genoeg met de flexibele potjes, genoeg met het geneuzel. Tijd om te vegen, te boeten, te handhaven en prioriteit te geven aan de mensen die hier daadwerkelijk wonen en betalen. Geen geld meer voor symboolpolitiek terwijl de hondenstront tot aan de enkels staat.
Realisme is bittere noodzaak. Zolang “flexibiliteit” synoniem blijft voor lukraak geld uitgeven, blijft Amsterdam een prachtige stad in verval. Dankzij bestuurders die liever praten dan poetsen.




