De Verenigde Staten en Iran hebben een akkoord bereikt om de oorlog te beëindigen, inclusief het conflict met Libanon. President Trump kondigde triomfantelijk aan dat de Straat van Hormuz weer open gaat. Het klinkt als een diplomatieke doorbraak. Het ís vooral een illusie die sneller zal vervliegen dan de inkt op het papier droog is.
Dit akkoord, dat naar verluidt vrijdag ondertekend wordt door JD Vance en de Iraanse parlementsvoorzitter Mohammad Bagher Ghalibaf, is ingegeven door de recente escalatie tussen Israël en Iran. Alsof een paar dagen spanning plotseling de decennia van Iraanse agressie, proxy-oorlogen en nucleaire ambities hebben weggevaagd. Realisme gebiedt te zeggen: dit is geen vrede, dit is uitstel. En uitstel met een prijskaartje van waarschijnlijk 12 miljard dollar die Iran in de schoot geworpen krijgt.
Wat maakt dit akkoord zo broos? Om te beginnen de Libanon-clausule. Iran en de VS lijken te denken dat ze met een handtekening Hezbollah kunnen temmen. Israël denkt daar heel anders over en terecht. Netanyahu heeft Trump al duidelijk gemaakt: Israël bindt zich niet aan die clausule. Israël trekt zich niet terug uit Libanon en zal blijven optreden tegen Hezbollah. Het Israëlische kabinet steunt hem volledig in de verdediging van de noordelijke belangen. Dat is geen recalcitrantie, dat is realisme. Wie gelooft dat Iran zijn meest waardevolle proxy zomaar opgeeft, begrijpt niets van het regime in Teheran.
Hezbollah is geen losstaande militie, het is de vooruitgeschoven post van de Iraanse Revolutie. Zolang de ayatollahs in Teheran zitten, blijft Libanon een slagveld. Een akkoord dat pretendeert dit conflict op te lossen zonder de wortel, de Iraanse wapenleveranties, financiering en commandostructuur aan te pakken, is geen diplomatie. Het is wishful thinking met een handtekening.
De nucleaire gesprekken die na dit akkoord zouden volgen, zijn al even voorspelbaar. Hoe vaak hebben we dit toneelstuk niet gezien? Iran krijgt adempauze en geld, belooft tijdelijk mee te werken, en hervat ondertussen verrijking en wapenontwikkeling ondergronds. De geschiedenis van de JCPOA is het schoolvoorbeeld: miljarden vrijgegeven, tijd gewonnen, en uiteindelijk een regime dat dichter bij de bom kwam in plaats van verder er vandaan.
Trump mag dan denken dat hij een meesterzet heeft gedaan door Hormuz weer te openen en daarmee de olieprijzen te drukken. Economisch begrijpelijk. Maar strategisch verkoopt hij Israëls veiligheid voor een kortetermijnwinst. Israël laat zich niet verkopen. Netanyahu’s weigering om zich aan de Libanon-clausule te houden, is geen obstakel voor vrede het ís de erkenning dat echte vrede in deze regio alleen uit kracht en afschrikking kan komen, niet uit handtekeningen in Washington of Genève.
Dit akkoord draagt alle kenmerken van de klassieke Westerse illusie: de hoop dat autoritaire regimes zich laten temmen met concessies en dialoog. De geschiedenis oordeelt hard over zulke illusies. Ze oordeelde hard over München (Verdrag tussen Hitler en de Britse premier Chamberlain in 1938 red.), over de ontwapening van de jaren dertig, over de JCPOA, en ze zal ook hard oordelen over dit akkoord-van-de-week.
Iran blijft een revolutionair regime dat zijn ideologie niet opgeeft voor dollars of handdrukken. Hezbollah blijft bewapend. Israël blijft alleen staan in zijn existentiële strijd. En de Straat van Hormuz? Die gaat misschien even open, maar de mijnen liggen al klaar voor de volgende ronde.
Realisme is geen pessimisme. Het is het weigeren om dezelfde fouten keer op keer te herhalen en te verwachten dat de uitkomst deze keer anders zal zijn. Dit akkoord zal niet lang standhouden. De vraag is niet óf het instort, maar hoe hard de klap zal zijn en wie er dan weer de rekening gepresenteerd krijgt.




