Vicepresident JD Vance gelooft heilig dat de prille overeenkomst tussen de Verenigde Staten en Iran Israël en de hele regio veiliger zal maken. “Wat we weten is dat deze overeenkomst Israël veiliger zal maken, en de hele regio veiliger,” zei hij in een interview met NBC News. Hij wijst misinformatie aan in zowel Iraanse als Israëlische media en is “zeer hoopvol” dat Israël op termijn toch partij wordt bij het akkoord.
Het klinkt mooi. Hopelijk. Maar wie de signalen uit Teheran en Jeruzalem een beetje volgt, ziet vooral klassiek wishful thinking. Iran vat dit akkoord duidelijk anders op dan Washington, en de Israëli’s zijn allesbehalve overtuigd.
Iran leest het akkoord op zijn eigen manier
De Memorandum of Understanding (Hierna MoU) die Trump en Vance met Iran hebben getekend, moet het conflict de-escaleren, de Straat van Hormuz openen en Iran van nucleaire ambities afhouden. Vance benadrukt dat inspecteurs terugkeren en dat de VS helpen met het vernietigen van verrijkt uranium. Maar Iraanse functionarissen laten doorschemeren dat een staakt-het-vuren in Libanon er wél bij hoort, iets wat de Amerikanen nadrukkelijk ontkennen. Israëlische troepen blijven in Zuid-Libanon, en Teheran lijkt dat als een provocatie te zien.
Dit is geen detail. Dit is de kern. Iran ziet het akkoord als een adempauze na klappen die het regime heeft geïncasseerd, niet als een strategische ommezwaai. Hezbollah blijft een proxy die Teheran kan activeren wanneer het uitkomt. De retoriek uit Iran blijft onveranderd vijandig tegenover Israël. Wishful thinking dat een handtekening onder een MoU de ayatollahs plots verandert in betrouwbare partners, negeert decennia aan patroon: akkoorden als het JCPOA werden vooral gebruikt om tijd te winnen en sancties te omzeilen.
Israël laat zich niet paaien
Benjamin Netanyahu en zijn regering zijn glashelder: Israël is geen partij bij dit akkoord en voelt zich niet gebonden. De Israëlische nationale veiligheidsminister noemde het akkoord al niet-bindend voor Israël. Vance erkent dat Netanyahu “sommige dingen verkeerd heeft”, maar blijft volhouden dat Jeruzalem “verderop in de weg” wel meekomt.
Dat is precies het soort optimisme dat in het Midden-Oosten vaak pijnlijk ontmaskerd wordt. Israël leeft met een existentiële dreiging. Iran financiert, bewapent en coördineert proxies rond de Joodse staat. Een deal die die dreiging niet structureel weghaalt, en dat doet dit akkoord niet, wordt in Jeruzalem gezien als gevaarlijk naïef. Waarom zou Israël vertrouwen op Amerikaanse garanties als de geschiedenis leert dat Washingtons prioriteiten kunnen verschuiven?
Amerikaans wensdenken
Vance doet wat veel Amerikaanse beleidsmakers doen: projecteren van eigen wensdenken op een regime dat ideologisch gedreven is en dat compromissen vooral ziet als zwakte van de ander. De regio wordt niet veiliger door een fragiel bestand dat Iran tijd geeft om te herstellen, terwijl Israël zijn eigen veiligheid niet uit handen geeft.
Het is legitiem om te streven naar de-escalatie en diplomatie. Maar diplomatie zonder realisme is gevaarlijk. De signalen zijn overduidelijk: Iran interpreteert het akkoord ruim en houdt opties open, Israël weigert mee te doen zolang de dreiging blijft. Vance’ optimisme dat iedereen uiteindelijk wel bijdraait, klinkt meer als hoop dan als analyse.
Realistische reflecties vragen om meer dan mooie woorden in NBC-interviews. Ze vragen om erkenning van de harde realiteit op de grond. En die realiteit schreeuwt momenteel allesbehalve “veiliger regio”. Het schreeuwt vooral: let op de kleine lettertjes en op wat Iran écht van plan is.




