Eerst het roken. Toen de vapes. Nu is alcohol aan de beurt. En daarna? Tja, de D66’ers kijken er niet raar van op als straks een jointje of pilletje de nieuwe “normaal” wordt. Want betuttelen is hun lust en hun leven. Het kabinet-Jetten knikt braaf mee. Geen enkel probleem.
De Gezondheidsraad heeft weer eens gesproken. Hun boodschap: alcohol moet minder normaal worden in Nederland. “Er is geen veilige ondergrens,” zegt Karien Stronks. Ieder glas is schadelijk, voor jezelf én voor anderen. Kanker, orgaanschade, ongelukken en agressie. Het hele rijtje komt voorbij. En dus moet de overheid ingrijpen. Net als bij roken.
Brood en spelen. De Romeinen wisten het al: hou het volk tevreden met eten en vermaak, dan blijft het rustig. Wij doen het omgekeerd. Eerst pakken we het vermaak af, daarna kijken we verbaasd waarom iedereen chagrijnig wordt. Een biertje na het werk, een wijntje bij het eten, een cocktail op zaterdagmiddag als de zon schijnt voor veel Nederlanders hoort dat gewoon bij het leven. Niet iedere dag zuipen tot je omvalt, maar af en toe genieten. Dat mag straks blijkbaar niet meer.
De raad komt met de gebruikelijke drie-eenheid: prijs omhoog (hogere accijnzen), beschikbaarheid omlaag (alleen nog bij de slijterij, weg uit de supermarkt) en marketing verbieden. Neutrale verpakkingen met enge waarschuwingen. Borrels op het werk alcoholvrij. 0,0 promille in het verkeer. En vooral: blijf maar roepen dat alcohol “niet normaal” is, net zoals roken tegenwoordig.
Klinkt bekend, hè?
“Maar het is voor je eigen gezondheid!” Ja, tuurlijk. Net zoals bij de sigaretten. En kijk eens hoe vrolijk en ontspannen Nederland daarvan is geworden. De terrassen zijn leger, de sfeer is killer, en een hele generatie heeft geleerd dat genieten verdacht is. Nu moet hetzelfde recept voor de fles. Want zeven soorten kanker, verkeersdoden, en spoedeisende hulp de cijfers zijn bekend. Niemand ontkent dat overmatig drinken dom is. Maar hier wringt de schoen: de overheid gaat niet alleen zware alcoholisten aanpakken. Ze willen de norm voor iedereen verschuiven. Ook voor de man die na een lange werkweek één biertje pakt. Ook voor het stel dat een fles wijn deelt bij kaarslicht. Ook voor mij, als ik af en toe een biertje of Baco’tje lust. Want “iedere slok is schadelijk”.
Straks is het suiker. Dan zout. Dan vlees. Dan zonlicht. En altijd met dezelfde toon: de burger is te dom om zelf keuzes te maken, dus de overheid moet het voor ons doen. Met hogere prijzen, verboden en moralistische campagnes. Betutteling pur sang.
En daarna drugs?
De logica is meedogenloos. Als alcohol “niet meer normaal” mag zijn, waarom zouden we dan zo streng doen over wiet, xtc of andere partydrugs? Voor D66 en hun vrienden is dat allang geen issue meer. Legaliseer het, normaliseer het, en noem het “persoonlijke vrijheid”. Terwijl een biertje op de barbecue ineens een moreel probleem wordt.
Dit is geen gezondheidsbeleid. Dit is cultuurbeleid. De vervanging van een volkscultuur waarin een borrel erbij hoort door een steriele, risicoloze, door de overheid goedgekeurde levensstijl. Met als tussenstation: een chagrijnig, gefrustreerd Nederland dat zich steeds meer afvraagt waarom de staat zich overal mee bemoeit.
Minister Hermans gaat het “bestuderen”. Natuurlijk. En dan komt er weer een halfslachtig compromis dat vooral de gewone drinker raakt en de echte probleemdrinkers laat doorschuiven naar de volgende rapporten.
Tijd voor realisme
Mensen zijn geen labratten. Ze willen af en toe genieten. Een biertje, een wijntje, een borrel. Met mate, zoals het altijd is gegaan. Wie écht problemen heeft met alcohol, moet geholpen worden. Maar een heel volk behandelen als potentiële verslaafden omdat een paar glazen risico met zich meebrengen? Dat is precies de mentaliteit die mensen over de zeik helpt.
Brood en spelen afpakken. Het werkte nooit voor de Romeinen op de lange termijn. Het gaat ook hier niet werken. Nederlanders laten zich niet eindeloos betuttelen. Op een gegeven moment zeggen ze: nu is het genoeg.
En dan? Dan wordt het pas echt interessant.




