Terwijl gewone Nederlanders zich suf werken voor een modaal salaris en de rekeningen nauwelijks rond krijgen, draait de baantjescarrousel van onze politieke elite op volle toeren. Ditmaal is het weer raak: per 1 november 2026 wordt Hugo de Jonge voorzitter van het Interkerkelijk Contact In Overheidszaken (CIO). Een mooi, rustig, goedbetaald en invloedrijk baantje in de kerkelijke-lobbyhoek, waar hij de belangen van 26 christelijke kerken en twee joodse gemeenschappen bij de Rijksoverheid mag gaan behartigen.De opvolger van Jaap Smit – jawel, ook al zo’n CDA’er die de functie bijna tien jaar heeft mogen warm houden – komt zelf natuurlijk ook uit het juiste nest.
De Jonge is lid van de Protestantse Kerk in Nederland, is Commissaris van de Koning in Zeeland, was minister voor Volkshuisvesting, minister van Binnenlandse Zaken, viceminister-president, minister van Volksgezondheid en wethouder in Rotterdam. En o ja, ooit begon hij in het onderwijs. Een loopbaan die vooral bestaat uit het bekleden van de ene betaalde publieke functie na de andere.
Trijnie Bouw van de Protestantse Kerk is in elk geval “enthousiast”. Ze zegt: “Hugo de Jonge brengt met zijn bestuurlijke ervaring en kerkelijke betrokkenheid precies de combinatie die het CIO nodig heeft.” Natuurlijk zegt ze dat. Het is het gebruikelijk clubje dat elkaar veren in de kont steekt waarin deze kringen opereren. Bestuurlijke ervaring? Lees: jarenlang meedraaien in de Haagse molen, kabinetten-Rutte in stand houden, miljarden over de balk smijten aan woningbouw die er niet kwam, coronabeleid dat nog jaren napijn geeft en daarna een mooi commissarisbaantje in Zeeland om even bij te komen.
Dit is precies waarom zoveel Nederlanders kotsmisselijk worden van de politieke klasse. Het maakt niet uit hoe faliekant je beleid is mislukt, hoe vaak je de kiezer in de maling hebt genomen of hoe ver je verwijderd bent geraakt van de werkelijke samenleving, er is altijd weer een volgende goed gesponsorde functie. CDA, christelijk, bestuurservaring, netwerkje hier, kerkje daar. Klaar is Kees. Of beter: klaar is Hugo.
Het CIO is geen onschuldig clubje. Het behartigt gemeenschappelijke belangen bij de overheid. Met andere woorden: het is een gelobby voor subsidie, invloed op wetgeving en voorkeursbehandeling voor kerkelijke organisaties. En wie stuurt dat straks aan? Een man die zijn hele volwassen leven van de publieke middelen heeft geleefd en nu de kerkelijke achterban mag gaan vertegenwoordigen tegenover de overheid waar hij zelf jaren deel van uitmaakte.
Dit is geen uitzondering. Dit is het systeem. Dezelfde mensen blijven rondjes draaien: van Kamer naar ministerie, van ministerie naar provincie, van provincie naar kerkelijke overlegtafel, en ondertussen blijft de gewone burger buiten de deur staan kijken hoe de baantjes onderling worden verdeeld.
Hugo de Jonge is geen slechte vent in de persoonlijke omgang, zeggen ze. Dat zal best. Maar het gaat niet om persoonlijke sympathie. Het gaat om een politieke cultuur waarin falen geen consequenties heeft en waar de carrousel altijd door blijft draaien. Voor de insiders. Op kosten van de outsiders.
En daarom, met alle respect voor de kerken en hun goede werken: deze benoeming is precies wat je verwacht in het jaar 2026. Niet verfrissend. Niet vernieuwend. Gewoon meer van hetzelfde. Zum kotzen.




