Amsterdam, de stad waar goede bedoelingen en dure pilots elkaar sneller opvolgen dan een loodgieter een lekkage kan verhelpen. Dit keer is het weer raak: de veelbesproken Park + Switch, in de volksmond de ‘klushub’ bij de Passenger Terminal, blijkt een klassieke mislukking. Aannemers, loodgieters en installateurs konden hun bestelbus omruilen voor een elektrisch Birò’tje, een scooter of een bakfiets om de binnenstad ‘duurzaam’ te bedienen. Het liep niet storm. Het liep niet eens een beetje.
HvA-onderzoeker Susanne Balm evalueert de pilot, die op 1 juli afloopt. Haar conclusie is even helder als pijnlijk: slechts drie bedrijven hebben sinds begin 2025 gebruikgemaakt van de gemeentelijke service. Drie. In een stad met tienduizenden klussen per jaar.
Eén aannemer probeerde het een maand met een scooter. Een loodgieter deed drie weken met een bakfiets, vooral omdat hij zijn spullen bij de klant in de Negen Straatjes kon laten staan. En bouwconcern BAM zette de verschillende elektrische vehikels in om slimme meters te vervangen. Daar werkte het redelijk, omdat ze een container in de wijk hadden staan. Monteurs deden zeventien klussen per dag in plaats van tien. Handig, dat wel. Maar voor de meeste anderen? Vergeet het maar.
Theorie versus praktijk
Balm zegt netjes dat “we er veel van hebben kunnen leren” en dat het “in sommige situaties een oplossing” is. Dat is onderzoekerstaal voor: het werkte alleen als alles meezat en de klus perfect paste in het groene plaatje. In de echte wereld, waar bestelbussen vol gereedschap, materialen en reserveonderdelen zitten, en waar je soms vijf keer op en neer moet omdat de klant toch nog iets anders wil, daar werkt het niet.
Ondernemers dachten eerst dat het gratis was. Dat was het niet. Het is “wel veel goedkoper dan de hele dag parkeren in de binnenstad”, maar die kosten rekenen ze toch door aan de klant. Dus wat is het voordeel voor de vakman? Geen. Behalve dat hij zijn vertrouwde bestelbus moet inruilen voor iets waar amper spullen in passen en waarmee hij zich voelt als een koerier in plaats van een professional.
“Monteurs zijn erg gehecht aan hun bestelbus,” meldt Balm droog. Ja, natuurlijk zijn ze dat. Omdat die bus hun werkplek is. Hun gereedschapskist op wielen. Hun mobiele magazijn. Geen ideologische hobby, maar bittere noodzaak.
Typisch Amsterdamse denkfout
Dit is weer zo’n typisch plan dat is bedacht door mensen die nog nooit een dag écht hebben gewerkt. Mensen die in powerpoints en subsidierondes leven, niet in bestelbussen die om half zes ’s ochtends volgeladen moeten worden. Mensen voor wie een bakfiets een statement is, geen vervoermiddel.
JA21 heeft terecht raadsvragen gesteld: hoeveel ondernemers hebben het gebruikt, wat heeft het opgeleverd en zijn de diensten voor Amsterdammers duurder geworden? Vragen die eigenlijk overbodig zouden moeten zijn, maar in dit bestuur blijkbaar nodig zijn.
De pilot loopt af. Waarschijnlijk volgt er een rapport vol “leerpunten”, “vervolgstappen” en “opschalingspotentieel”. En daarna een nieuwe pilot. Want in Amsterdam geven ze nooit toe dat de theorie gewoon niet klopt met de praktijk. Dan zou je immers moeten erkennen dat loodgieters, aannemers en installateurs beter weten hoe ze hun werk moeten doen dan ambtenaren en onderzoekers.
Realistische reflectie: de binnenstad is al moeilijk genoeg toegankelijk. Parkeren is een ramp, regels zijn ondoorgrondelijk en de druk op vakmensen is hoog. Dan een ‘duurzame oplossing’ introduceren die vooral lekker klinkt op een presentatie, maar in de praktijk drie klanten oplevert, is geen innovatie. Het is verspilling. Met andermans geld.
En ondertussen wachten de echte klussen op echte vakmensen. In echte bestelbussen.




