Ach, Rotterdam. De mooiste rotstad van Nederland. Die stad vol vechtlust, vol rauwe energie en vol mensen die gewoon fatsoenlijk willen wonen, werken en hun kinderen veilig op straat willen zien spelen. Die Rotterdammers verdienen beter dan wat er nu op hen afkomt.
Vrijdag presenteren PRO, VVD, D66, Volt en CDA hun coalitieplannen. Op 9 juli worden de wethouders benoemd. En dan is het rond: de stad krijgt weer een kartelcollege. Vijf partijen, 23 van de 45 zetels, precies genoeg om te regeren en veel te weinig om daadkracht te tonen. Leefbaar Rotterdam, de partij die al jaren het luidste en duidelijkste realistische geluid laat horen in de raad, valt buiten de boot. Dat is geen toeval. Dat is een keuze. Nadat de onderhandelingen met Denk op het laatste moment klapten – terecht, want de VVD vond het te progressief en te soft op economie en veiligheid – werd er niet gekozen voor steviger realistisch gezelschap.
Nee, men haalde Volt en het CDA erbij. Volt, de partij die openlijk fantaseert over een Europees Rijk. En het CDA, dat in Rotterdam steeds meer lijkt op een meubelstuk dat vooral meedoet om ergens aan tafel te zitten. De Rotterdammer verdient beter dan dit.
De Rotterdammer verdient een college waar veiligheid écht prioriteit nummer één is, waar niet eindeloos gepraat wordt over inclusie terwijl de messen getrokken worden in de metro. Waar economie niet ondergeschikt is aan ideologische experimenten. Waar woningen gebouwd worden voor gewone mensen in plaats van voor status en transitie. Waar de wijken weer van de Rotterdammers worden in plaats van van de ellende.
Leefbaar Rotterdam is groot geworden omdat het wél die taal spreekt. Omdat het de problemen benoemt zoals ze zijn: onomwonden, zonder excuus en zonder eindeloze Europese luchtfietserij. Met Leefbaar aan tafel was er een steviger tegenwicht geweest tegen de D66-Volt-progressiviteit die nu de toon gaat zetten. Met een groot Leefbaar had deze coalitie misschien nog iets kunnen worden. Zonder Leefbaar is het vooral meer van hetzelfde: mooie woorden, krappe meerderheid en de echte problemen die blijven liggen.
Rotterdam heeft recht op beter. Op een college dat de stad serieus neemt in plaats van haar te gebruiken als proeftuin voor progressieve hobby’s. Op leiders die de straten kennen in plaats van alleen de Europese subsidielijnen.
De Rotterdammers verdienen een college met Leefbaar. Punt. Tot die tijd houden wij bij Realistische Reflecties de vinger op de zere plek. Want iemand moet het doen.




