Uit een analyse van de eerste 212 coalitieakkoorden na de gemeenteraadsverkiezingen blijkt dat veruit de meeste gemeenten toch gehoor geven aan de spreidingswet. Drie maanden na de verkiezingen is bijna twee derde van de nieuwe colleges rond, en het beeld is consistent: men voert de wet uit, maar vaak met duidelijke reserves en voorwaarden.
Slechts een klein aantal gemeenten (elf) kondigt breder verzet aan. De rest zoekt naar manieren om de impact zo beperkt mogelijk te houden. Veel akkoorden benadrukken dat opvanglocaties “passend” moeten zijn, vaak kleinschalig en dat inwoners eerst goed moeten worden betrokken. Er is regelmatig een voorkeur voor gezinnen met kinderen in plaats van alleenstaande mannen. Ook klinkt de klacht dat buurgemeenten te weinig verantwoordelijkheid nemen.
In Heerlen is men bijvoorbeeld “trots” dat men aan de wet voldoet, maar een verdere uitbreiding zit er niet in. Men wil niet beloond worden voor de solidariteit van anderen die zich juist onttrekken.
Tegenstribbelen in enkele gemeenten
Een paar gemeenten gaan verder. Maassluis schrijft klip en klaar dat het bod nul opvangplekken is en dat men de grenzen van de wet zal opzoeken. Hardenberg wil maximaal druk zetten om een bestaand azc te sluiten en voorlopig geen nieuwe asielzoekers opnemen. Albrandswaard heeft beroep ingesteld tegen het opgelegde aantal, omdat men al veel bijzondere doelgroepen opvangt, waaronder via de tbs-kliniek. Ook Borne overweegt juridische stappen. Dit toont aan dat er lokaal wel degelijk weerstand leeft, al blijft het bij de meeste colleges bij voorwaarden stellen in plaats van harde confrontatie.
Echte druk moet van onderop komen
De coalitieakkoorden maken één ding duidelijk: zonder stevige druk vanuit de bevolking veranderen de meeste gemeenten uiteindelijk maar weinig. Lokale partijen en partijen als PVV, JA21, BBB en FVD spelen daarin vaak een belangrijke rol door de onvrede in de raadzaal te verwoorden. Zij zorgen ervoor dat de zorgen van inwoners over woningnood, veiligheid, zorg en leefbaarheid niet ondergesneeuwd raken door de asielopvangverplichting.
Want laten we eerlijk zijn: de meeste bestuurders voelen de wet en de druk van bovenaf. Zonder heldere signalen van hun eigen inwoners buigen ze toch. Dat is geen verwijt, maar een constatering. Bestuurders zitten klem tussen Den Haag en de lokale realiteit.
De spreidingswet dwingt gemeenten in een lastige positie. Terwijl er al enorme druk staat op woningmarkt, zorg, onderwijs en openbare ruimte, komt daar nu ook nog asielopvang bij. Het is logisch dat gemeenten proberen de impact te beperken en inwoners mee te laten praten.
Uiteindelijk zal echte verandering echter niet alleen uit Den Haag komen, maar vooral uit een goed georganiseerde en duidelijke stem van de bevolking zelf. Via de raad, via inspraak en via de stem van inwoners die zeggen: dit gaat te ver.




