Terwijl Nederland vanavond in stille eerbied de doden herdenkt, racet een schoonmaakploeg tegen de klok om het hart van onze nationale rouw te ontdoen van rode verf. Vandalen hebben in de vroege ochtend het Monument op de Dam besmeurd met rode klodders en het woord ‘genocide’ erop gekalkt. Een kaakslag voor elke Nederlander die nog weet wat respect, geschiedenis en offers betekenen.
Nico van Kunstwacht verwoordt het treffend in De Telegraaf: „Het wordt een race tegen de klok. Ze wisten wat ze deden. Het is hardnekkige verf en dit krijg je er niet zomaar af.” De politie zoekt drie verdachten die na de daad op de fiets richting de Nes vluchtten. Ze droegen regenkleding en hadden een witte boodschappentas bij zich. Getuigen rond 04.30 uur op de Dam worden opgeroepen zich te melden.
Er is niks meer heilig in dit land. Je kunt als patriot niet harder op de ziel getrapt worden dan door juist op deze hoogtijdag ons Nationaal Monument te bezoedelen. Dit is geen protest, dit is pure minachting voor de generatie die ons land bevrijdde van werkelijk fascisme. Hoe is het in godsnaam mogelijk dat dit hele monument onder de verf komt te zitten terwijl de Dam 24/7 onder toezicht staat van camera’s en politie? Als ik daar ga wildplassen, lig ik binnen dertig seconden in een nekklem met drie agenten en een taser waar de zon niet schijnt. Maar een heel monument beklad? Dan kijkt men even de andere kant op.
De actiegroep Palestine Action (of zoals velen ze terecht islamonazi’s noemen) lijkt de verantwoordelijkheid op te eisen. Weer dezelfde club die nationale symbolen gebruikt als podium voor hun haat. En de islamolinkse goegemeente klapt braaf mee. Joden vogelvrij verklaren interesseert niemand een reet, zolang de globalistische agenda maar gediend wordt. Een agenda waarin nationale trots, tradities en herinnering aan onze eigen doden geen plaats meer hebben. Het harde antwoord is dat onze overheid deze ontwikkeling niet alleen toelaat, maar actief faciliteert. Nationale symbolen passen niet in het multiculturele, borderloze Utopia dat men voor ogen heeft. Liever een land zonder ruggengraat dan een land dat durft te zeggen: hier liggen onze grenzen, hier liggen onze doden, hier ligt onze identiteit.
Natuurlijk rollen de voorspelbare statements over het scherm. Politici die met droge ogen hun „diep geschokt” en „laffe daad” twitteren. Holle frasen, gratis applaus van de eigen bubbel. Wat erger is? De bekladding zelf, of die politieke schijnheiligheid die er direct bovenop duikt? En ja, aan de alt-right kant gonst het al van de false flag-theorieën. Jan Bennink op X verwoordde het: „Die ‘rode lijn’ op de Dam stinkt zo naar false flag… rotte eieren lucht. Iedere Amsterdammer weet dat de hele nacht toezicht is op de Dam. Met politie en met tientallen camera’s.” Of het nu activisten waren die vrij spel kregen, of iets veel smerigers: het resultaat is hetzelfde. Een smet op de herdenking. Een signaal dat niets meer veilig is. Niet ons monument, niet onze traditie, niet onze herinnering.
Nederland staat vanavond twee minuten stil. Maar de vraag is: voor wie eigenlijk nog? Voor de gevallenen van toen, of voor een land dat zichzelf langzaam laat vermoorden door degenen die het heden haten?




