Eindelijk komt er wat beweging in de doofpot. Tijdens het verhoor voor de parlementaire coronacommissie heeft Marina Eckenhausen, voormalig inspecteur-generaal van de Gezondheidsinspectie, keihard bevestigd wat veel kritische burgers allang vermoedden: de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) zat in 2020 actief achter huisarts Rob Elens aan omdat hij COVID-patiënten behandelde met hydroxychloroquine (HCQ).
Eckenhausen erkende dat de inspectie Elens nauwlettend in de gaten hield en hem onder druk zette om te stoppen. WhatsApp-berichten laten zien dat toenmalig minister Hugo de Jonge zich intensief met de zaak bemoeide. Onafhankelijk? Vergeet het maar. Dit ruikt naar politieke stuurlui die een afwijkende arts wilden muilkorven. Rob Elens zelf verklaarde eerder al dat hij zich ronduit geïntimideerd voelde door de inspectie. Ondanks dat hij aangaf dat patiënten baat hadden bij de behandeling, bleef de druk maar komen.
Dit is geen incident. Dit is een patroon. Terwijl de overheid massaal inzetten op experimentele vaccins en lockdowns, werd een goedkoop, al jaren bekend middel als HCQ in de ban gedaan. Een Amerikaanse studie wijst erop dat hydroxychloroquine bij vroegtijdige behandeling juist een gunstig effect kan hebben gehad. Maar in Nederland werd het verboden, gedemoniseerd en dokters die het toch waagden werden aangepakt. Waarom? Omdat het niet paste in het narratief. Omdat het de grote lijnen van het beleid, angst zaaien, centrale controle, one-size-fits-all, ondermijnde. Het ministerie deed er alles aan om mogelijk werkzame, goedkope medicijnen te weren. En ja, als je dat echt tot je laat doordringen, kom je bijna niet meer uit op “ze deden hun best in een onzekere situatie”. Dan ontstaat de vraag: zijn hier mogelijk onnodig mensen gestorven omdat alternatieven werden geblokkeerd?
De onthullingen zetten Hugo de Jonge extra onder druk. Binnenkort moet hij zelf voor de commissie verschijnen. Hoe gaat hij dit uitleggen? “Onafhankelijke inspectie”? Terwijl zijn eigen appjes rondvliegen? En Mark Rutte, die overal bovenop zat? Hoe praten ze zich hieruit? Met de bekende truc van “in die tijd wisten we nog niet…”? Die vlieger gaat steeds minder op.
Dit hele verhaal laat een wrange waarheid zien over ons “goed functionerende” Nederland. Onafhankelijke instanties blijken zich opvallend gemakkelijk politiek te laten sturen. De IGJ als verlengstuk van het ministerie. Een bananenrepubliek-gevoel in plaats van een volwassen democratie waar dokters in vrijheid het beste voor hun patiënten mogen doen.
Want dat is het echte schandaal: niet alleen de druk op Elens, maar de bredere weigering om open te staan voor alternatieven. Terwijl mensen stierven, werd een arts die iets probeerde, met resultaten bij zijn eigen patiënten, aangepakt. Dat is niet naar eer en geweten handelen. Dat is ideologie boven gezondheid stellen.
De parlementaire coronacommissie moet hier keihard op doorvragen. Geen excuses, geen halfslachtige antwoorden. Burgers hebben recht op de waarheid. En als blijkt dat er sprake was van nalatigheid of zelfs bewuste tegenwerking van werkzame behandelingen, dan moet er serieus gekeken worden naar juridische aansprakelijkheid. Niet alleen voor de betrokken ambtenaren, maar ook voor de bewindslieden die aan de knoppen zaten.
Realisme betekent soms bittere pillen slikken. Dit dossier stinkt. En hoe dieper de commissie graaft, hoe sterker het vermoeden wordt dat het coronabeleid niet alleen over gezondheid ging, maar vooral over macht, controle en het negeren van onwelgevallige feiten.Henk Westbroek zei het onlangs over een ander dossier treffend: het enige probleem dat deze regering wél kan oplossen is het probleem dat niet bestaat. Bij corona lijkt hetzelfde patroon: alternatieven werden het probleem, dokters die ze gebruikten werden het probleem, en kritische vragen blijven het probleem.
Wij vergeten dit niet. En de commissie mag het ook niet vergeten.




