Paul Cliteur keek met volle verbazing naar die uitspraak van Stedelijk-conservator Charl Landvreugd. En wie kan hem dat kwalijk nemen? In een interview met Het Parool verklaart Landvreugd dat witte mensen moeten inzien dat zij “niet de norm” zijn. Het zou pijn doen, gedoe geven, maar het moet nu eenmaal.
Cliteur reageerde op X met de nuchterheid die we van hem gewend zijn: “Deze man lijkt te denken dat er blanke mensen bestaan die beweren dat ze ‘de norm’ zijn en die deze gedachte baseren op hun huidskleur. Ik ken die mensen niet.” Precies. Waar komen die mythische witte supremacisten vandaan die Landvreugd in zijn hoofd heeft? In het Nederland van 2026, waar de meeste mensen gewoon proberen te werken, hun kinderen op te voeden en de rekeningen te betalen, is het idee dat blanke Nederlanders massaal rondlopen met een “ik ben de norm”-complex vooral een projectie.
De omgekeerde discriminatie
Wat Landvreugd eigenlijk doet, is zelf groepsdenken en stereotypering op grote schaal. Alle “witte mensen” moeten iets begrijpen. Alsof huidskleur een uniforme denkwijze, cultuur of machtspositie met zich meebrengt. Alsof een boer uit Groningen, een IT’er uit Eindhoven en een onderwijzer uit Amsterdam allemaal hetzelfde zijn puur omdat ze toevallig lichter van huid zijn. Dat is precies het soort generalisatie dat antiracisten normaal gesproken fel afwijzen. Maar zodra het over de ‘verkeerde’ groep gaat, lijken die principes ineens niet meer te gelden. Landvreugd reduceert miljoenen individuen tot één kleurencategorie met een collectieve schuld of collectief bewustzijnsprobleem. Dat is geen inclusie. Dat is discriminatie met een moreel sausje.
Wat is eigenlijk “de norm”?
En dan de kernvraag: wat ís die fameuze “norm” eigenlijk? In een beschaafde samenleving is de norm geen huidskleur, geen etniciteit en geen identiteitspolitieke claim. De norm is wat werkt. Wat mensen in staat stelt om vreedzaam samen te leven, welvaart te scheppen en individuele vrijheid te waarborgen.
Mensen verschillen. Van nature. Qua talent, karakter, intelligentie, doorzettingsvermogen, culturele bagage en ja, soms ook qua uiterlijk. Ieder mens is uniek. “Normale mensen” bestaan niet als uniforme groep; ieder persoon is een persoon. De enige eerlijke norm is individuele verdienste, niet collectieve identiteit. Wie presteert, bijdraagt en zich aanpast aan de basisregels van de samenleving (wet, taal, normen) hoort erbij. Kleur is daarbij bijzaak.
Westerse samenlevingen hebben die meritocratische, individuele benadering eeuwenlang ontwikkeld, met wisselend succes, maar oneindig veel beter dan tribale of rasgebonden modellen. Die aanpak heeft ons gebracht waar we zijn: welvaart, vrijheid, wetenschap. Niet omdat “witte mensen” de norm claimden, maar omdat ideeën als individuele rechten, empirisme en kritisch denken de norm werden.
Pijn en gedoe? Voor wie precies?
Landvreugd waarschuwt dat het “pijn doet en gedoe geeft”. Voor wie? Voor de blanke Nederlander die zijn geschiedenis, cultuur en prestaties plotseling als problematisch moet zien? Of voor de activist die merkt dat zijn narratief van eeuwige slachtoffer versus dader niet meer klakkeloos wordt geslikt?
In werkelijkheid veroorzaakt dit soort uitspraken vooral vermoeidheid. Mensen zijn het zat om voortdurend te horen dat hun aanwezigheid, hun succes of hun normen “problematisch” zijn. Ze zijn het zat om te worden aangesproken als vertegenwoordiger van een fictieve collectieve schuld. En ze zijn het vooral zat dat instellingen als het Stedelijk Museum, gesubsidieerd met belastinggeld van al die “witte mensen” die niet de norm zijn, dit soort activistische prietpraat serieus propageren.
Werkelijk realisme betekent afscheid nemen van het denken in huidskleur en mensen beoordelen op hun daden, niet op hun pigment. Oordelen op gedrag, bijdrage en karakter. Unieke individuen behandelen als unieke individuen. Dat is geen pijn. Dat is volwassenheid.
En misschien, heel misschien, zou meneer Landvreugd eens kunnen beginnen met begrijpen dat hij zelf niet de norm is in zijn oordeel over miljoenen anderen.




