Door: Erwin Versteeg (@egversteeg) fractievoorzitter Belang van Enschede
Net als in veel andere gemeenten is er voor nieuwe raadsleden een uitgebreid inwerkprogramma. Dat programma is gericht op kennis, competenties en vaardigheden en loopt in Enschede door tot aan de zomervakantie.
Een dergelijk inwerkprogramma kijkt niet alleen vooruit, maar blikt ook terug op belangrijke gebeurtenissen uit de afgelopen raadsperiode. In Enschede is één van die onderwerpen het onderzoek van de commissie Vonk naar de “menselijke maat” binnen het sociaal domein. Het verslag van deze commissie en het onderliggende Pro Facto-rapport Enschede en de menselijke maat zijn nauw met elkaar verweven. Een verwevenheid die naar mijn mening verder gaat dan alleen een “omslag in denken van het college”.
Omdat ik deel heb uitgemaakt van de aanloop naar deze onderzoeken en rapporten, kijk ik met meer dan gewone interesse naar dit onderdeel van het inwerkprogramma.
Inwerkprogramma “Menselijke maat”
De inleidende tekst van dit onderdeel luidt als volgt:
“In 2021 is in opdracht van de raad onderzoek gedaan naar de Menselijke maat in Enschede. Het college heeft na het onderzoek opdrachten gekregen van de raad om met de Menselijke maat aan de slag te gaan.
In de raadsperiode 2022-2026 heeft een commissie van raadsleden in de gaten gehouden hoe het college deze opdrachten heeft uitgevoerd. De commissie heeft daarover eind 2025 een notitie aan de raad aangeboden. De raad heeft toen geconcludeerd dat het college aan alle opdrachten heeft voldaan.
In deze inwerksessie wordt teruggekeken op wat er in de afgelopen periode gedaan en gebeurd is. Ook kijken we hoe de gemeente nu met de Menselijke maat aan de slag is en welke rol er de komende periode voor de raad ligt.”
Voor de duidelijkheid: er liggen in Enschede twee rapporten van Pro Facto. Het eerste betreft het onderzoek Enschede en de menselijke maat. Het tweede rapport, Gemeente Enschede: moeilijk garen mee te spinnen?, richt zich meer specifiek op wat inmiddels bekendstaat als het dossier Ardesch.
De rode draad in beide onderzoeken is echter opvallend duidelijk.
Beide rapporten schetsen een gemeentelijke cultuur waarin formele procedures, bestuurlijke bescherming en een gebrekkige informatiehuishouding regelmatig zwaarder wegen dan transparantie, lerend vermogen en de menselijke maat.
Daardoor ontstaan conflicten die moeilijk herstelbaar worden, juist omdat besluitvorming en communicatie onvoldoende navolgbaar zijn vastgelegd.
Dat het college inmiddels “aan alle opdrachten heeft voldaan”, trek ik dan ook sterk in twijfel. Want hoe kan het dat er rondom het dossier Ardesch nog steeds fundamentele vragen openstaan? Hoe kan het dat dit dossier nog altijd niet is opgelost? Wat is er dan daadwerkelijk gedaan met het lerend vermogen en de menselijke maat waar de onderzoeken zo nadrukkelijk over spreken?
En dat geldt niet alleen voor het dossier Ardesch.
Dwangsom of schadevergoeding
We kennen landelijk de toeslagenaffaire. Die heeft ook gevolgen voor lokaal beleid. Wanneer de landelijke overheid opnieuw tekortschiet en wederom een dwangsom moet betalen, ontstaat opnieuw financiële onzekerheid voor mensen die juist in een hersteltraject zitten.
Technisch klopt het dat een dwangsom geen schadevergoeding is en gevolgen kan hebben voor bijvoorbeeld een bijstandsuitkering vanwege vermogensregels. Maar die dwangsommen ontstaan juist omdat de overheid opnieuw te laat handelt in een operatie die bedoeld was om eerder onrecht te herstellen.
Dan ontstaat de echte vraag voor een gemeente:
houd je je uitsluitend vast aan de technische regels en zeg je simpelweg “inleveren”, of kies je voor maatwerk?
Als ik kijk naar de discussie over de menselijke maat, dan zie ik in essentie twee werkelijkheden.
De systeemwerkelijkheid
Daarin draait het om:
- juridische houdbaarheid;
- precedentwerking;
- proceszekerheid;
- risicovermijding;
- uniforme uitvoering;
- controleerbaarheid.
De menselijke werkelijkheid
Daarin draait het om:
- redelijkheid;
- bedoeling;
- context;
- vertrouwen;
- herstel;
- proportionaliteit.
Hoe groter organisaties worden, hoe sterker vaak de eerste werkelijkheid gaat domineren. Daardoor blijven veel discussies over de menselijke maat uiteindelijk vooral cosmetisch zolang dezelfde bestuurscultuur overeind blijft.
Want:
- de taal verandert;
- de rapporten veranderen;
- de trainingen veranderen;
maar ondertussen blijven dezelfde reflexen bestaan:
- indekken;
- juridiseren;
- vertragen;
- beheersen.
Daardoor ontstaan dossiers die jarenlang blijven voortslepen.
Niet eens altijd omdat mensen bewust kwaad willen, maar omdat het systeem bijna niet meer in staat is fouten écht toe te geven zonder zichzelf juridisch, financieel of bestuurlijk kwetsbaar te maken.
En juist dan ontstaat opnieuw precies datgene wat men zegt te willen voorkomen: “ongekend onrecht”.
Het dossier Ardesch
Op dit moment loopt er officieel nog een minnelijk traject om tot een oplossing te komen die past bij wat uit de onderzoeken naar voren is gekomen.
Zelf zie ik daarin twee afzonderlijke sporen.
Het eerste spoor is het civielrechtelijke traject (en ik hoop dat het bij civiel rechtelijk blijft) tussen betrokkenen en het college van B&W. Het tweede spoor is het politieke traject.
Vanuit Belang van Enschede liggen daarvoor nog een groot aantal politieke vragen klaar. Deze zijn bewust nog niet ingediend om het civielrechtelijke traject niet onnodig te verstoren.
Maar dat die vragen alsnog gesteld gaan worden, staat voor mij vast.
Niet alleen omdat anders geen recht wordt gedaan aan wat de onderzoeken hebben blootgelegd, maar ook omdat ik daarmee geen recht zou doen aan de inzet van verschillende raadsleden en partijen uit de vorige raadsperiode die zich jarenlang voor deze kwestie hebben ingezet.
Want als fundamentele vragen onbeantwoord blijven en dossiers blijven voortduren zonder werkelijk herstel, dan is de menselijke maat in Enschede inderdaad voltooid verleden tijd.


