Denk er eens over na. Een man die een democratisch gekozen politicus koelbloedig executeerde omdat die “te ver ging” met zijn kritiek op massa-immigratie en islam, loopt al jaren vrij rond in Nederland. Zonder permanente bewaking. Zonder kogelwerend vest. Zonder dat de samenleving collectief gilt dat hij een gevaar vormt voor de rechtsstaat. Volkert van der Graaf, de milieu-activist met linkse sympathieën, schoot Pim Fortuyn koelbloedig dood in 2002. Achttien jaar cel, maar na twaalf jaar al voorwaardelijk vrij. Sinds 2020 helemaal vrij man. Hij woont, ademt, leeft. En de media? Die zwijgen er grotendeels over of behandelen het als een afgesloten hoofdstuk. “Hij heeft zijn straf uitgezeten.” Punt.
Tegelijkertijd leeft Geert Wilders al meer dan twintig jaar in een permanente lockdown. Safehouse, bewakingsteam, geen normaal leven. Niet omdat hij iemand vermoord heeft. Niet omdat hij geweld predikt. Maar omdat hij de waarheid durft te zeggen over de import van een ideologie die vrijheid, vrouwenrechten en homorechten onder de voet loopt. Fatwa’s, jihadistische dreigingen, aanslagplannen het houdt nooit op. En dat terwijl de officiële narratief van Den Haag, de media en de linkse elite nog altijd luidt: “extreemrechts is het grootste gevaar.” Hoe krom kun je het hebben?
De moordenaar als slachtoffer, de criticus als dader
Van der Graaf zei in de rechtszaal doodleuk dat hij Fortuyn vermoordde om “de zwakkeren” te beschermen met name moslims die volgens hem als zondebok werden gebruikt. Een klassiek links motief: de eigen morele superioriteit rechtvaardigt zelfs moord op een politieke tegenstander. Fortuyn was immers “een gevaar voor de democratie”. Klinkt bekend? Het is exact dezelfde taal die vandaag de dag gebruikt wordt tegen Wilders, tegen de PVV, tegen iedereen die vraagt of we wel onbeperkt kunnen importeren wat we niet kunnen integreren.
En wat doet de elite? Die relativeert. Die vindt dat Van der Graaf “zijn straf heeft uitgezeten” en dat we nu vooral niet moeten zeuren. Terwijl dezelfde elite bij Wilders roept dat zijn woorden “haat zaaien” en “polariseren”. Alsof woorden dodelijker zijn dan kogels.
Het is de omgekeerde wereld. De man die daadwerkelijk politiek geweld pleegde, wordt normaal behandeld. De man die dat geweld al decennia over zich heen krijgt omdat hij waarschuwt voor precies dat geweld, wordt behandeld als een paria die zelf de dreiging veroorzaakt.
Linkse geweldsmythe versus de werkelijkheid
De dominante mythe in Nederland is dat “extreemrechts” het allergrootste gevaar vormt. Maar als je naar de feiten kijkt, komt het echte politieke geweld de afgelopen decennia vooral uit één hoek:
- De moord op Fortuyn door een linkse activist.
- De constante dreiging tegen Wilders, afkomstig uit islamitische hoek, een importproduct dat linkse partijen decennia lang hebben omarmd en verdedigd.
- Aanslagen, bedreigingen en intimidatie tegen critici van massa-immigratie, vaak met een linkse of islamitische achtergrond.
Waar zijn de “extreemrechtse” moordenaars op politici?
Ze zijn schaars. Terwijl de dreiging tegen iedereen die de multiculturele droom durft te bekritiseren structureel is. Maar toegeven dat zou het hele narratief doen instorten. Dan zou de VVD, D66, CDA en Progressief Nederland moeten erkennen dat hun open-grenzen-beleid en hun verheerlijking van diversiteit tot import van intolerantie hebben geleid. En dat kan natuurlijk niet.
Daarom krijgt Van der Graaf zijn rust. En daarom moet Wilders in een bunker leven.
Tijd voor realisme
Dit is geen rechtsstaat meer, dit is selectieve verontwaardiging. Een moordenaar uit de eigen kring wordt vergeven en vergeten. Een politicus die de kiezer vertegenwoordigt die wél ziet wat er mis is, wordt behandeld als staatsvijand nummer één. De echte dreiging voor de Nederlandse democratie komt niet van “extreemrechts”. Die komt van een linkse ideologie die politieke tegenstanders demoniseert, grenzen opent voor onverenigbare culturen en vervolgens verbaasd is dat geweld en intolerantie meekomen. Volkert van der Graaf loopt vrij rond. Wilders niet. Dat zegt alles wat je moet weten over wie hier écht het gevaar vormt.


