Door: Paul Cliteur
Joseph Goebbels beschreef in de jaren dertig van de twintigste eeuw een tactiek die tegenwoordig wordt toegepast door islamistische en jihadistische bewegingen. Die tactiek bestaat eruit democratische middelen te gebruiken om aan de macht te komen en vervolgens de democratie zelf af te schaffen. Door het gebruik van deze tactiek vormt islamisme de belangrijkste hedendaagse bedreiging voor de democratische rechtsstaat, terwijl Europese regeringen en media zich op dit moment vooral richten op de bestrijding van zogenoemd extreemrechts.
Joseph Goebbels maakte duidelijk in 1928 dat de nazi’s niet deelnamen aan het parlementaire systeem omdat zij daarin geloofden, maar omdat het parlement een middel vormde om uiteindelijk het democratische systeem van binnenuit te vernietigen. Hij verklaarde openlijk dat de nazi’s de democratie zouden gebruiken als wapen tegen de democratie. Zodra zij voldoende macht hadden verworven, zouden zij niet aarzelen om het parlementaire stelsel af te schaffen.

Dit is een fundamenteel dilemma voor iedere democratie: moet een democratische staat politieke bewegingen tolereren die juist van plan zijn de democratie af te schaffen?
In de jaren dertig worstelden theoretici met dat probleem en ontwikkelden het concept van een “weerbare democratie”. Dit werd gedaan door de Nederlandse staatsrechtgeleerde George van den Bergh. In zijn rede Wat te doen met antidemocratische partijen? uit 1936 verdedigde Van den Bergh de gedachte dat een democratie zich mag beschermen tegen partijen die de democratische orde willen vernietigen. Volgens deze opvatting hoeft een democratie geen politieke zelfmoord te plegen door onbeperkte ruimte te geven aan bewegingen die haar afschaffing nastreven. Onder bepaalde omstandigheden kan een partijverbod daarom gerechtvaardigd zijn.
In de jaren dertig vormde het fascisme en nazisme de belangrijkste bedreiging voor de democratie. Na de Tweede Wereldoorlog nam het communisme die rol over. Ook communistische partijen wilden uiteindelijk de parlementaire democratie vervangen door een dictatuur van het proletariaat. Hetzelfde dilemma deed zich daarom opnieuw voor: moest men toestaan dat communistische partijen langs democratische weg de democratie zouden kunnen afschaffen? Volgens de logica van Van den Bergh zou ook tegenover dergelijke bewegingen een weerbare democratie gerechtvaardigd zijn.
Na de val van de Berlijnse Muur en de ineenstorting van de Sovjet-Unie leek het alsof de grote ideologische strijd ten einde was. Francis Fukuyama sprak zelfs over het “einde van de geschiedenis”. Maar in deze periode werd ook een nieuwe ideologische uitdaging zichtbaar : het islamisme. Als symbolisch keerpunt kan men de fatwa beschouwen die ayatollah Khomeini in 1989 uitsprak tegen de schrijver Salman Rushdie. Hier zien we het islamisme aan het werk, een politieke ideologie die erop gericht is de democratische rechtsstaat te vervangen door een theocratie. Daarmee is islamisme de belangrijkste antidemocratische stroming van de huidige tijd.
Hoe werkt het islamisme? De eerste strategie is die van het jihadisme: het gebruik van terroristisch geweld om westerse samenlevingen te ontwrichten en uiteindelijk ten val te brengen. De tweede strategie is vreedzame politieke infiltratie. Daarbij proberen islamistische bewegingen geleidelijk invloed te verwerven binnen democratische samenlevingen om uiteindelijk hun politieke doelen te realiseren. Vooral deze tweede strategie doet denken aan de tactiek die Goebbels beschreef. Net als de nazi’s benutten islamisten democratische vrijheden om uiteindelijk de democratische orde zelf te vervangen.
Een centrale rol in deze ontwikkeling speelt de Moslimbroederschap. Deze organisatie werd in 1928 in Egypte opgericht door Hassan al-Banna en geldt als de belangrijkste organisatorische drager van het islamisme.
Gelukkig bestaat onder de regeringen van België, Frankrijk en de Verenigde Staten meer belangstelling voor de invloed van de moslimbroederschap:
- Rapport d’enquête Frères musulmans. Actualisation de l’enquête de contrôle 2021.287, 17 mars 2026, Comité R/I, contrôle des services de renseignement, toezicht op de inlichtingendiensten: https://www.comiteri.be/images/pdf/onderzoeksverslagen/TO%20Freres%20Musulmans_UNCLASS_FR_final%20Commission.pdf
- Frères musulmans et islamisme politique en France, République française, Ministère de l’intérieur, 25-05-2025:
- The Muslim Brotherhood’s Global Threat, hearing before the Subcommittee on National Security of the Committee on Oversight and Government Reform, House of Representatives, July 11, 2018:
Tegelijkertijd zijn die regeringen vatbaar voor een “fatale misdiagnose”. Welke? Deze: overheden, media en politieke instellingen richten hun aandacht tegenwoordig vooral op partijen die worden aangeduid als “extreemrechts” of “radicaal rechts”, zoals de PVV en FVD in Nederland, Vlaams Belang in België en AfD in Duitsland. Het zijn deze partijen die worden vergeleken met de antidemocratische bewegingen uit de jaren dertig.
Hierbij worden twee fouten gemaakt. De eerste is dat PVV, FVD, Vlaams Belang en de AfD helemaal niet lijken op het fascisme uit de jaren dertig in Duitsland. Als men het hedendaagse equivalent van het fascisme uit de jaren dertig wil aanwijzen moet men uitkomen met het islamisme en jihadisme, zoals Hamed Abdel-Samad terecht betoogt in zijn Der Islamische Faschismus (2014) en Aynaz Anni Cyrus in The Architecture of Jihad: inside the Ideology, Law, and Global Strategy Driving Islam’s Multi Front Expansion (2026).
Ook de Amerikaanse intellectueel Sam Harris voelt dat heel goed aan in zijn “Why I Won’t Debate Critics of Israel” (5 June 2026). Harris schrijft hier:
“I think militant Islam is ten times worse than you think it is. When I talk about ‘jihadists’ and their various groups – Hamas, Hezbollah, al-Qaeda, the Islamic State, the IRGC, etc. – I’m talking about people who I consider to be worse than Nazis (jihadists being, essentially, Nazis who are certain of Paradise”): https://samharris.substack.com/p/why-i-wont-debate-critics-of-israel?r=1gwy3k&triedRedirect=true
Mooie typering voor de islamisten: “Nazis who are certain of Paradise”. Door die zekerheid van dat paradijs beschouwt Harris de islamisten zelfs als “worse than Nazis”.
Interessante vraag is natuurlijk: hoe komt het dat de diagnose van Harris zo weinig support krijgt? Waarschijnlijk heeft dat ermee te maken dat het grote publiek denkt: dit heeft iets te maken met “islam”. En zoals Jean Birnbaum zo terecht schrijft in zijn boek La Religion des faibles: ce que le djihadisme dit de nous (2018), wordt de islam gezien als een religie van de zwakkeren. Op het moment dat een “zwakkere” in zicht komt, activeert dat bij Europese deugneuzen een soort beschermingsinstinct. De hele linkse politiek is op dat beschermingsinstinct gebaseerd. Het is een soort empathie die suïcidaal is, naar Gad Saad’s Suicidal empathy (2026), maar het is een enorme kracht. Dat brengt ons op de tweede fout.
De tweede fout is dat door die onterechte aandacht voor FVD, PVV, Vlaams Belang en AfD als de democratie-ondermijnende krachten, men vergeet dat het juist deze partijen zijn die het islamisme en jihadisme kritiseren en afremmen.
Het is ook paradoxaal dat juist deze partijen steeds vaker worden geconfronteerd met discussies over partijverboden. Wanneer het instrument van de weerbare democratie tegen hen zou worden ingezet, terwijl islamistische bewegingen ongemoeid blijven, zou dat neerkomen op een verkeerde toepassing van het principe van de weerbare democratie. Het hedendaagse equivalent van de antidemocratische uitdaging waarvoor Goebbels en het nazisme in de jaren dertig de democratieën stelden moet niet worden gezocht in wat men tegenwoordig wil doen doorgaan voor “extreemrechts” maar in islamistische en jihadistische bewegingen.


