In het eerste deel van zijn driedelige essay stelde Frits Bosch een ongemakkelijke vraag: deugt de mens eigenlijk wel? Aan de hand van Franz Kafka onderzocht hij de donkere kanten van de menselijke natuur en de vraag of beschaving werkelijk morele vooruitgang betekent, of slechts een dun laagje vernis vormt. In deel 2 verschuift Bosch het vizier van de menselijke natuur naar de politieke arena. Want ‘deugen’ heeft inmiddels ook een andere betekenis gekregen. De ‘deuger’ is in het politieke debat iemand geworden die zichzelf graag aan de goede kant van de geschiedenis plaatst en zijn tegenstander juist moreel diskwalificeert.
Populisten geven een andere betekenis aan deugen. Zij hebben de neiging om mensen die ze ‘politiek correct’ achten spottenderwijs ‘deugers’ te noemen. Ze bedoelen daar mee dat de betreffende mensen beneveld zijn door de gedachte dat wat zij doen en voorstaan structureel deugt. Ieder die daar anders over denkt deugt niet en staat niet aan de goede kant van de historie. Deugen bergt diverse voordelen in zich. Een belangrijk voordeel is dat deugers zich boven de wet mogen stellen. Gangbare regels van wellevendheid lijken niet te gelden voor deugers. Als ze zich te buitengaan gaan aan bedreigingen, dan hoeven ze niet bestraft te worden. Ik geef een paar voorbeelden uit de praktijk. Tijdens een betoging in Amsterdam wordt voortdurend geroepen “als je Baudet dood wilt zeg dan paf.” En velen zeiden paf. Het wordt niet bestraft. Een hoogleraar vraagt publiekelijk Baudet om te brengen: “Waar is Volkert als je hem nodig hebt.” De rechter ziet het door de vingers. Een emeritus hoogleraar vindt dat de PVV uit het parlement gestoten moet worden. Een leraar op een christelijk Haags gymnasium meent dat leraren die PVV stemmen geen lesbevoegdheid mogen hebben. Deugende media geven dit een podium. Media veroorloven zich jarenlang nepnieuws over president Donald Trump, maar een rechts programma moet van de buis. Een economisch redacteur van een financieel dagblad schrijft dat rechtse burgers en politici rioolwerkers zijn, ze zouden met hun benen in de stront staan volgens hem. Een NPO verslaggever noemt hoogleraar Piet Emmer onbestraft een racist. Hoogleraren die in een onderzoeksrapport verklaren dat verdere instroom van immigranten onverstandig is, zouden xenofoob en racistisch zijn. Ieder die verklaart nationale belangen voorop te willen stellen wordt uitgemaakt voor extreem rechts. Mensen die voor behoud van Zwarte Piet is worden door een cabaretier Erik van Muiswinkel, die zelf jarenlang Hoofd Piet is geweest, fascisten genoemd. Zet ze in de hoek als populist, want dat betekent dat ze per definitie fout zijn en dan mag er ‘paf’ gedaan worden. Aan historicus, auteur en dichter prof Jacques Presser (1899-1970) is in 1947 de uitspraak toegeschreven: “Het nieuwe fascisme zal zichzelf anti-fascisme noemen.” Een minister noemt rechtse parlementariërs “onwelriekend reuzel.” Een rechtse politicus mag de kreet “je komt voor een tribunaal” niet uiten .
Als een parlementariër er op wijst dat onze minister van financiën, die getrouwd is met een man die vertrouweling was van Yasser Arafat, opgeleid is op een marxistische universiteit die spionnen zou opleiden, dan loopt de voltallige ministerraad weg uit de zaal De conclusie is dat je beter kunt deugen want anders ben je nog niet jarig. Het lijkt erop dat in Nederland met twee maten wordt gemeten: voor deugers en niet-deugers. En natuurlijk laat ook rechts zich gelden op een ‘onprettige’ manier. Het is actie geeft reactie.
Frits Bosch
Auteur van onder andere Links Verdriet (2025), De wereld volgens Ayn Rand (2025) en Opzoek naar een nieuwe Europese orde (2026)



