DENK-Kamerlid Doğukan Ergin houdt zich voor de domme. Of hij past taqiyya toe. Feit is: hij doet alsof homohaat in de moslimgemeenschap een verzinsel is van collega’s onder een steen.„Steeds vaker vraag ik me af onder welke steen collega Kamerleden leven. Komen ze weleens op straat, in de wijken? Of leven ze alleen in hun X-bubbel? Minderheden bescherm je niet door andere minderheden voor de bus te gooien en als zondebok aan te wijzen.” Mooie zin. Verkeerde straat.
DNA-Kamerlid René Claassen geeft het antwoord dat Ergin niet wil: ”Het gaat erom dat niemand ook jouw groepje durft te benoemen als mede onderdeel van het probleem. Als jij dat nu ook eens zou doen zou de wereld een stukje mooier worden.” Dat is geen zondebok. Dat is een verzoek tot eerlijkheid.
De wijk is geen X-bubbel
Keijzer wees naar de la van Groot Wassink. Slachtoffers in Amsterdam noemden Marokkaanse jongeren. Islamitische leerlingen scoren in enquêtes conservatiever over lhbti. Imams prediken geen Canal Parade. In landen van herkomst is homoseksualiteit strafbaar of dodelijk. En Ergin vraagt of de Kamer weleens buiten komt.
Hij komt zelf uit Schiedam. Hij kent de wijken. Hij weet wat daar over homo’s wordt gezegd. Wie dat „een minderheid voor de bus gooien” noemt, beschermt niet de homo. Hij beschermt de groep.
Twee minderheidsgroepen. De ene krijgt te maken met geweld en intimidatie. Als uit betrouwbare cijfers blijkt dat daders bovengemiddeld vaak uit een bepaalde andere groep komen, is het benoemen daarvan geen aanval op die hele gemeenschap. Het is relevante informatie voor politie, bestuur en politiek. Wie gericht wil ingrijpen, moet eerst precies weten waar het probleem zich voordoet.
Taqiyya of selectieve blindheid
Taqiyya is het religieus gelegitimeerd verhullen van de waarheid wanneer de gemeenschap dat uitkomt. Of Ergin dat bewust doet, weet alleen hij. Het effect is hetzelfde. De islamitische olifant in de kamer mag niet benoemt worden. Wie haar aanwijst, leeft onder een steen. Wie haar ontkent, is inclusief.
Dat is precies het verwijt aan DENK: discriminatie wordt vooral buiten de eigen achterban gezocht. Bij homohaat gaat de blik naar de manosfeer, rechts en sociale media, maar veel minder vanzelfsprekend naar mogelijke problemen binnen religieuze gemeenschappen, families of bepaalde straatculturen. Wie discriminatie serieus wil bestrijden, moet bereid zijn iedere mogelijke bron met dezelfde kritische maatstaf te onderzoeken.
Claassen vraagt het kleinste offer: erken het. Een moslimminderheid die haar normen meeneemt, produceert homohaat. Niet iedereen. Wel aantoonbaar, wel hardnekkig, wel ontkend tot de la vol is.
Minderheden bescherm je door daders te noemen
Ergins truc is oud. Maak van een daderprofiel een slachtofferrol. Wie Marokkaans-Nederlandse jongens noemt, gooit „moslims” onder de bus. Einde gesprek. De homo mag bloeden, als de groepsstatistiek maar heel blijft.
Dat is geen bescherming van minderheden. Dat is hiërarchie. De ene minderheid is onbespreekbaar. De andere is collateral. Wie werkelijk in de wijk komt, hoort de leuzen. Wie alleen in de DENK-bubbel leeft, hoort slachtofferschap. Ergin kiest voor die bubbel en beschuldigt de Kamer van hetzelfde.
Claassen heeft de mooiere wereld al beschreven. Die begint niet met een extra subsidie. Die begint als Ergin de zin uitspreekt die zijn achterban hem verbiedt. Tot die tijd is het of domheid, of bedrog. Voor de homo op straat is het verschil academisch. De klap is hetzelfde.
Mis geen enkel belangrijk verhaal meer!
De media vertellen lang niet altijd het hele verhaal. Daarom brengt Realistische Reflecties dagelijks scherpe analyses, achtergronden en opinies die je niet snel ergens anders leest.
Schrijf je gratis in voor onze nieuwsbrief en ontvang de belangrijkste artikelen, exclusieve columns en opvallende nieuwsverhalen rechtstreeks in je mailbox.
Zo blijf je altijd op de hoogte van wat er écht speelt.




