Afgelopen zondag schreven we al over Charl Landvreugd, hoofd onderzoek en curatorial practice bij het Stedelijk Museum Amsterdam. Niet omdat hij zo’n briljant denker is, maar omdat hij blanke Nederlanders ronduit racistisch bejegent. Nu staat hij vol in de belangstelling, na een interview in Het Parool waarin hij zijn visie nog eens glashelder uit de doeken doet. Witte mensen moeten begrijpen dat zij niet langer de norm zijn. Witte mensen moeten integreren in de nieuwe samenleving. En dat terwijl hij zelf aan de slag is met wat hij het ‘nieuwe normaal’ noemt: een museum waarin meerdere culturen de standaard vormen.
Het Parool laat Landvreugd uitgebreid aan het woord. “Het is verstandig voor witte mensen als ze begrijpen dat ze niet de norm zijn,” zegt hij. “Wit zal moeten erkennen dat ze niet meer de standaard is, maar onderdeel van een meervoudigheid.” Die verandering doet pijn, geeft hij toe. “Dat doet pijn en dat geeft gedoe, dat snap ik heel goed.” Maar vervangen van de ene groep door de andere? Nee, dat is het niet, volgens hem. Het gaat erom dat de bestaande piramide niet in stand blijft. Met andere woorden: de oude orde – lees: de Nederlandse, blanke cultuur als vanzelfsprekende basis – moet wijken voor een meervoudige werkelijkheid.
Zijn ambitie? Dat de hele Nederlandse bevolking zich welkom voelt in het museum. Klinkt nobel, totdat je leest wat daaraan voorafgaat: blanken moeten inbinden, erkennen dat ze niet meer centraal staan en zich aanpassen aan de nieuwe realiteit. Ook witte mensen moeten integreren, aldus Landvreugd, geboren in Paramaribo. De omkering is compleet. Niet de nieuwkomer past zich aan de Nederlandse samenleving aan, nee, de autochtone Nederlander moet integreren in het multiculturele project dat hij en zijn gelijken voor ogen hebben.
De reacties laten niet lang op zich wachten. PVV-Kamerlid Martin Bosma is helder: “Onze musea in handen van woke-activisten. Wie blank is moet iets gaan begrijpen. Racistisch links in de bocht.” Ook rechtsfilosoof Paul Cliteur reageerde eerder al verbaasd op dit soort uitspraken. Het past in een patroon dat we al langer zien: publieke instellingen, gesubsidieerd met belastinggeld van vooral de blanke werkende Nederlander, worden omgevormd tot vehikels voor ideologische herprogrammering. Het ‘nieuwe normaal’ is geen verrijking, het is een correctie op een veronderstelde blanke dominantie die blijkbaar nog steeds te veel aanwezig is.
Dit is geen onschuldig cultuurdebatje meer. Dit is het openlijke signaal dat de Nederlandse identiteit niet langer leidend is in eigen land. Musea als het Stedelijk zijn geen neutrale plekken voor kunst, maar slagvelden in de cultuurstrijd. Landvreugd en consorten willen een meervoudigheid waarin blanke Nederlanders vooral hun plaats moeten kennen: niet meer de norm, maar een van de vele kleuren in de regenboog, met als subtiele toevoeging dat die regenboog vooral dankzij massamigratie en demografische verschuivingen mogelijk is geworden.
Afgelopen zondag waarschuwden we al voor precies dit soort denkwijzen. Nu krijgt heel Nederland het in de krant. De vraag is niet of dit gedoe pijn doet, zoals Landvreugd zelf zegt. De vraag is hoelang de meerderheid van de Nederlanders nog bereid is dit te accepteren met hun eigen belastingcenten. Realistisch reflecteren betekent hier: dit is geen inclusie. Dit is vervanging, verpakt in curatorentaal. En het wordt tijd dat de Nederlandse bevolking dat hardop durft te benoemen.




