Gisteren haalde Realistische Reflecties het Malieveld niet. Aan de rand van de politiecorridor, bij de Laan van Gorbatsjov, kwamen we Pegida-leider Edwin Wagensveld tegen. Hij was er wél geweest. Tot het misging. En een dag later doet hij precies wat Den Haag na zo’n middag het liefst overslaat: onderscheid maken.
Geen heldenverhaal. Geen excuus voor Hitlergroeten. Wel een verslag van iemand die de demonstratie verliet toen de kapers het overnamen, en daarna zelf tegen de selectieve hand van de staat aanliep.
De sfeer op de demo was goed tot het gekaapt werd
Wagensveld schrijft dat de sfeer tot de opstelling voor de mars vooral ontspannen was. Gesprekken met bezorgde mensen. Steun. Selfies. De politie had hem gezien en belde. Prima, zegt hij. Hij was er als demonstrant, niet als organisator van de veldslag die daarna volgde.
Er waren al kleine incidenten. Iemand die met hem op de foto wilde, bleek een antisemiet die een Hitlergroet probeerde te brengen. De politie maakte enorm veel werk van een te lange vlaggenstok. Twee linkse demonstranten met mondkapje zorgden voor een opstootje. Vervelend. Beheersbaar. Tot de opstelling om te gaan lopen.
Toen stapte hij eruit.„Wij besloten direct om niet meer aan deze demonstratie deel te nemen.” Zodra het kon, verlieten zij het Malieveld. Via de Turkse ambassade richting de Laan van Gorbatsjov. Daar stonden wij later. Dertig, vijfenveertig minuten wachten voor een politielinie. De parkeergarage tegenover hen dicht. Tot de linie openging, de auto kwam en Wagensveld instapte.
Toen begon het tweede deel van zijn verhaal. Niet over relschoppers. Over de staat.
„Hij is het.”
Agenten bij de auto. Waarom draagt u een camera (Wagensveld droeg een bodycam red.)? Waar gaat u heen? Antwoord gegeven. De agente doet een stap terug en zegt tegen een collega: „Hij is het.”
Dus ik, schrijft Wagensveld: „Ja, ik ben het.”
ID-kaart. Alleen van hem. Niet van de andere vier in de auto. Niemand in het voorafgaande driekwartier had zijn papieren hoeven laten zien. Hij noemt het absurd. Hij wil het raampje dichtdoen. Er gaat een wapenstok tussen. Provocatie, zegt hij. Zonder aanleiding. Hij weigert.
Iets meer dan een week eerder stond de politie ’s avonds in zijn hotelkamer in Slovenië voor dezelfde handeling. Gisteren in Den Haag bijna dezelfde reflex: herkennen, vastleggen, druk zetten. Tot iemand via het oortje zei dat het goed was. Geen ID. Geen arrestantencomplex. Wel naar huis. Met de smaak van willekeur.
Voor hem is dat geen detail. Het is een principekwestie.
Twee maten, één corridor
Bijna wekelijks zitten Extinction Rebellion-activisten uren op de snelweg voordat er wordt ingegrepen, zegt Wagensveld. Worden ze alsnog aangehouden, dan gaan ze netjes met de bus naar het ADO-stadion en mogen ze zonder ID-registratie naar huis. Op het Malieveld werd met een andere maat gemeten. Direct handhaven. Selectief controleren. En daarna het collectieve stempel: heel de middag is extreemrechts, heel de middag was er geweld.
Dat is precies de kringredenering waar relschoppers Den Haag een dienst mee bewijzen. Wie vuurwerk gooit en Jodenhaat schreeuwt, maakt elke vreedzame deelnemer verdacht. Wie daarna Wagensveld uit de auto vist omdat „hij het is”, bevestigt wat veel burgers al denken: de staat weegt demonstranten niet op gedrag, maar op politieke kleur.
XR krijgt op de A12 alle tijd om de blokkade tot mediaspektakel uit te bouwen. Een man die zegt de gekaapte mars te hebben verlaten, moet uitleggen waarom hij een camera draagt.
Natuurlijk hoort een Hitlergroet niet bij een demonstratie. Wagensveld zegt dat zelf. Hij liep weg toen de sfeer omsloeg. Dat wegloopmoment is relevanter dan de haakjes waarmee de middag nu wordt afgehecht. Het laat zien dat er mensen op en rond dat veld stonden die het onderscheid wél wilden maken. En dat het bestuur dat onderscheid vooral lijkt te maken wanneer het politiek goed uitkomt.
Gisteren zagen wij Wagensveld aan de verkeerde kant van de corridor. Niet op het veld. Niet bij de charges. Bij de uitgang. Een dag later legt hij uit waarom vertrekken de enige verstandige keuze was en waarom het politieoptreden daarna bij hem vragen oproept.
Kleine dingen, noemt hij het. Precies. In die kleine dingen zit de twee maten van bestuurlijk Nederland. Niet in een persconferentie. In een wapenstok tussen een raampje, een zinnetje via het oortje, en de vraag die alleen aan één inzittende wordt gesteld. Hij is het. De rest mag door.
De politie in Den Haag is over dit voorval om een reactie gevraagd.
Mis geen enkel belangrijk verhaal meer!
De media vertellen lang niet altijd het hele verhaal. Daarom brengt Realistische Reflecties dagelijks scherpe analyses, achtergronden en opinies die je niet snel ergens anders leest.
Schrijf je gratis in voor onze nieuwsbrief en ontvang de belangrijkste artikelen, exclusieve columns en opvallende nieuwsverhalen rechtstreeks in je mailbox.
Zo blijf je altijd op de hoogte van wat er écht speelt.




