Het is officieel. De hoofdstad van Nederland gaat de hele maand juni in het teken zetten van Keti Koti. Van de Memre Waka-herdenkingstocht, markten en lezingen tot films, spoken word en Sranantongo-karaoke. Het Meterhuis in het Westerpark wordt een maand lang een Surinaams-Caribisch cultuurcentrum, het Wereldmuseum draait Angisa Stories en Freedom Talks, en de stad gonst van activiteiten tot aan de grote viering op 1 juli.
Keti Koti “de ketenen zijn gebroken” herdenkt de afschaffing van de slavernij in Suriname en de Nederlandse Antillen in 1863. Legitiem om dat te herdenken. Maar een hele maand lang de stad overspoelen met één specifiek narratief? Terwijl Amsterdamse scholen, straten en wijken steeds minder herkenbaar Nederlands zijn? Dat is geen herdenking meer. Dat is cultuurpolitiek.
Een maand lang één kant van het verhaal
De Memre Waka trekt weer door de stad. Markten met Surinaamse en Caribische producten, lezingen over slavernijverleden, films, karaoke in Sranantongo. Het wordt gepresenteerd als “verbinding” en “vrijheid vieren”. Maar in de praktijk is het een eenzijdige focus op schuld, slachtofferschap en niet-westerse identiteit. Waar blijft de herdenking van de Nederlandse zeelui, boeren en arbeiders die dit land hebben opgebouwd? Waar is het verhaal van de miljoenen Nederlanders die na 1945 uit Indië, Nieuw-Guinea en Suriname zelf kwamen en hier een nieuw leven opbouwden zonder eeuwig te blijven hangen in wrok? Amsterdam is de stad waar de Nederlandse vlag soms al schoorvoetend wordt gehesen, waar Zwarte Piet al jaren taboe is en waar het straatbeeld in veel buurten meer op Paramaribo of Casablanca lijkt dan op de hoofdstad van het oude Holland. En juist daar kiest het gemeentebestuur ervoor om juni om te toveren tot een soort Surinaams maandfestival. Terwijl de eigen bevolking zich steeds vaker vreemd voelt in eigen stad. Dit is geen onschuldige culturele uitwisseling. Dit is de voortzetting van het demografische en culturele vervangingsproces dat we al jaren zien. Eerst de massa-immigratie, dan de bevolkingskrimp onder autochtonen, en nu de publieke ruimte en het collectieve geheugen claimen voor de nieuwe realiteit. Het Nederlandse verleden wordt gereduceerd tot “slavernij” en “kolonialisme”, terwijl de eigen prestaties, vrijheid en identiteit worden weggemoffeld of als beschamend worden neergezet.
Realisme in plaats van schuldfeest
Natuurlijk, slavernij is een donker hoofdstuk in de geschiedenis zoals het dat in vrijwel elke beschaving is geweest, inclusief Afrikaanse en Arabische. Nederland heeft het afgeschaft, gecompenseerd en is doorgegaan. Maar in plaats van trots op die afschaffing te zijn en verder te bouwen, wordt het gebruikt als permanent moreel krediet voor groepen die hier nu wonen. Terwijl de echte problemen van vandaag woningnood, criminaliteit in bepaalde wijken, verlies van sociale cohesie worden genegeerd. Een maand lang Keti Koti is symptomatisch voor een stad die haar eigen identiteit heeft losgelaten. In plaats van Amsterdam weer Nederlands te maken veilig, herkenbaar, met prioriteit voor de eigen inwoners kiest men voor meer van hetzelfde: viering van diversiteit die vooral diversiteit van niet-Nederlanders betekent.
Wij zeggen het onomwonden: genoeg is genoeg. Herdenken mag, maar niet ten koste van de eigen cultuur en continuïteit. Een land dat zijn eigen verhaal niet meer durft te vertellen, verliest zichzelf. Amsterdam laat zien hoe ver dat proces al is gevorderd. Tijd om de ketenen van dit eenzijdige schuldcomplex te breken. Voor Nederland. Voor onze kinderen. Voor wat er nog over is van onze eigen identiteit.



