Door: Erwin Versteeg, fractievoorzitter Belang van Enschede
Er is een fundamenteel verschil tussen ongelijkheid accepteren en onrecht bestrijden. Dat verschil lijkt in het politieke debat steeds vaker te verdwijnen.
Linkerzijde
Aan de linkerzijde van het politieke spectrum wordt ongelijkheid steeds minder gezien als een mogelijke uitkomst van verschillende talenten, keuzes en omstandigheden, maar als een maatschappelijk probleem dat door de overheid moet worden gecorrigeerd. Wat ooit begon als een politieke overtuiging, is inmiddels verankerd geraakt in beleid, subsidieregelingen, belastingmaatregelen en bestuursmodellen. Niet door een revolutie op straat, maar door een revolutie achter de vergadertafel.
Het opvallende is dat deze ontwikkeling niet alleen draait om geld. Ze draait vooral om afhankelijkheid.
Verslaving
Een verslaving ontstaat zelden in één keer. Ze groeit langzaam. Eerst is er een voordeel. Daarna ontstaat gewenning. Vervolgens blijkt stoppen ineens gevolgen te hebben. Precies dat mechanisme zie je steeds vaker terug in de relatie tussen overheid en burger.
Steeds meer mensen zijn financieel afhankelijk geworden van toeslagen, subsidies, compensatieregelingen, gemeentelijke voorzieningen of fiscale uitzonderingen. Op zichzelf kan daar een goede reden voor zijn. Maar wanneer een inkomen, woning of onderneming alleen nog kan bestaan dankzij overheidssteun, wordt de vrijheid om zelfstandig keuzes te maken kleiner. Want iedere politieke verandering kan direct gevolgen hebben voor de eigen portemonnee.
Vrijheid maakt dan langzaam plaats voor afhankelijkheid.
Opvallend genoeg wordt die afhankelijkheid tegenwoordig verpakt in moderne bestuurskundige termen. Complexe maatschappelijke problemen vragen volgens beleidsmakers om ‘gelijktijdigheid en verwevenheid’, ‘meervoudige waardecreatie’ en ‘domeinoverstijgende samenwerking’.
Op papier klinkt dat logisch. Natuurlijk hangen problemen met elkaar samen.
Erfbelasting
De huidige discussie over de erfbelasting laat precies zien hoe diep dit denken inmiddels is doorgedrongen. Een erfenis wordt steeds vaker benaderd als een bron van belastinginkomsten waarmee nieuwe maatschappelijke doelen kunnen worden gefinancierd.
Alsof vermogen dat tijdens een mensenleven is opgebouwd, en waar al belasting over is betaald, bij overlijden opnieuw beschikbaar moet komen voor de overheid.
Dat verklaart ook de politieke verschillen. VVD, PVV, BBB en SGP willen de erfbelasting behouden of verlagen. Belang van Nederland, FVD, JA21 en 50PLUS kiezen voor een principieel ander uitgangspunt: afschaffing van de erf- en schenkbelasting.
Belang van Nederland gaat daarin het verst. Het uitgangspunt is eenvoudig: geen belasting heffen op vermogen waar tijdens het leven al belasting over is betaald.
Die visie past binnen een bredere hervorming van het belastingstelsel zoals Belang van Nederland die voorstaat. Niet steeds nieuwe uitzonderingen, toeslagen en heffingen, maar een overzichtelijk stelsel met één vlaktaks van 25 procent. Minder afhankelijkheid van overheidsregelingen, meer ruimte voor eigen verantwoordelijkheid en financiële vrijheid.
Maar in de huidig politieke praktijk ontstaat iets anders.
Wanneer elk beleidsinstrument tegelijkertijd economische gelijkheid, sociale gelijkheid, duurzaamheid, gezondheid, inclusie, onderwijs en veiligheid moet bevorderen, ontstaat een overheid die zich overal mee bemoeit.
Elk nieuw probleem rechtvaardigt een nieuw fonds, een nieuwe subsidie of een nieuwe regeling. Iedere regeling creëert weer nieuwe afhankelijkheden.
Zo wordt de overheid niet alleen groter, maar ook steeds onmisbaarder.
Daarmee verschuift de discussie ongemerkt van vrijheid naar gelijkheid. Niet gelijkwaardigheid, maar gelijkheid wordt het uitgangspunt.
Dat is een wezenlijk verschil.
Gelijkwaardigheid betekent dat ieder mens dezelfde rechten bezit en de ruimte krijgt zijn eigen leven vorm te geven. Gelijkheid betekent steeds vaker dat verschillen actief moeten worden weggewerkt. Maar verschillen zullen er altijd zijn. Mensen verschillen biologisch, psychisch, intellectueel, sociaal en economisch. Dat is geen maatschappelijk falen; dat is onderdeel van het mens-zijn.
Juist daarom is vrijheid belangrijker dan gelijkheid. Vrijheid geeft mensen de ruimte om verantwoordelijkheid te nemen, fouten te maken en opnieuw te beginnen.
Het klassieke liberalisme van John Locke ging uit van precies dat uitgangspunt. Niet de overheid, maar het individu staat centraal. De taak van de overheid is het beschermen van vrijheid, eigendom en rechtsgelijkheid, niet het voortdurend sturen van maatschappelijke uitkomsten.
Dat betekent niet dat de overheid geen vangnet mag bieden. Een beschaafde samenleving zorgt voor mensen die tijdelijk of blijvend hulp nodig hebben. Maar een vangnet is iets anders dan een levensmodel.
Hoe meer mensen afhankelijk worden van de overheid, hoe moeilijker het wordt om nog onafhankelijk over diezelfde overheid te oordelen. Wie financieel afhankelijk is, loopt immers meer risico wanneer het systeem verandert.
Misschien is dat wel de echte ongelijkheidsdiscussie van deze tijd.
Niet de vraag waarom de één meer bezit dan de ander.
Maar de vraag hoeveel vrijheid we bereid zijn op te geven in ruil voor financiële zekerheid die uiteindelijk afhankelijk blijft van politieke keuzes.




