In het eerste deel van zijn drieluik stelde Frits Bosch de fundamentele vraag: deugt de mens eigenlijk wel? Via het donkere mensbeeld van Kafka onderzocht hij of beschaving werkelijk morele vooruitgang heeft gebracht, of slechts een dun laagje vernis vormt. In deel 2 verschoof zijn blik naar het politieke debat, waarin ‘deugen’ volgens Bosch een nieuwe lading heeft gekregen: niet langer alleen goed handelen, maar jezelf aan de goede kant van de geschiedenis plaatsen en de ander moreel de maat nemen. In dit derde en laatste deel gaat Bosch op zoek naar de historische wortels van die Nederlandse deugzaamheid. Hij begint bij een studievriend die eind jaren zestig zijn gereformeerde geloof verruilde voor het marxisme en ziet daarin meer continuïteit dan breuk: het geloof veranderde, maar de behoefte om tot het juiste kamp te behoren bleef.
Eind jaren zestig vertelde me een studievriend Herman: “ik ben niet langer gereformeerd. Ik ben nu marxist.” Ik vroeg hem “vanwaar dat zo plotseling?” Hij antwoordde “ik heb ‘Das Kapital’ gelezen en dat sprak me zeer aan. Marx heeft gelijk, je kunt de historie in termen van onderdrukking en slachtofferschap verklaren.” Herman werd actief in de studentenbeweging en schreef columns voor het studentenblad Propria Cures. Hij was niet de enige in die dagen. Het marxistische gedachtegoed greep naarstig om zich heen in de sociale faculteiten. Het was als een soort statussymbool. Je hoorde dan bij de groep, je hebt het licht gezien. Voortaan deugde je. Herman was gereformeerd en de overstap naar marxisme lijkt groot, maar is in feite bescheiden. Beide denkrichtingen hebben gemeen dat ze menen uitverkoren te zijn om de wereld naar betere tijden te leiden. Beide streven utopia na, ‘uw koninkrijk kome’. Daar komt bij dat religie in die dagen aan slijtage onderhevig was. Velen geloofden na Auschwitz niet meer en accepteerden niet langer de autoriteit van de kerk. De kerken stroomden leeg. Het deugen nam een wending. Het ging naar internationale solidariteit met de zwakkeren, onderdrukten, achtergestelden, slachtoffers van kolonialisme en vluchtelingen. Er ontstond globalisering, afkeer van nationalisme, ontwikkelingssamenwerking, anti kapitalisme, soevereiniteitsoverdracht aan de Europese instellingen, demilitarisering, anti kernwapens. De solidariteit gaat naar buiten de landsgrenzen, want daarbinnen ontstaat ‘klootjesvolk’. De gedachte dat ‘de meeste mensen deugen’ is opmerkelijk na Auschwitz. Herman deugde want hij kreeg een uitstekende baan bij Shell, waar hij tot de hogere echelons is doordrongen. De revolutionaire babyboomers kregen prima banen binnen het kapitalisme en werden keurige huisvaders. Ik kwam Herman in mijn werk als asset consultant voor pensioenfondsen een aantal malen tegen. “Ben je nog marxist, Herman?” Nee, dat was hij niet meer. Maar hij deugt nog steeds.
De deugende Nederlander laat zich graag voorstaan op tolerantie, behalve ten opzichte van hen die een andere mening hebben. Dan breekt de hel los. Het advies van filosoof Karl Popper is dan: “Wees niet tolerant ten opzichte van intolerantie.” Als men tolerant is ten opzichte van intoleranten, dan wordt tolerantie op den duur suïcidaal. De deugende Nederlander wordt dan een gevaar voor zichzelf. Is de tolerantie van de deugende Nederlander iets van de laatste tijd, iets als uitvloeisel van de jaren zestig van de vorige eeuw? Ik meen dat dit niet het geval is. Het deugen heeft wel een specifiek karakter gekregen door die jaren, maar het deugen zit de Nederlander in het DNA. De Duitsers werden in 1940 goed ontvangen. De ambtenaren deugden. Ze waren meegaand en zetten de dossiers voor de bezetter open. We waren kampioenen in het deporteren van Joden. Zit die mentaliteit er nog steeds in? Nederlanders willen graag deugen. Hoe komt dat? Ik vermoed dat dit komt door de sterk ontwikkelde handelsgeest van de Nederlander. Je moet als handelaar tolerant zijn voor vreemde culturen en gewoonten. Als je daar intolerant tegen overstaat kun je geen handel drijven.
Frits Bosch
Auteur van onder andere Links Verdriet (2025), De wereld volgens Ayn Rand (2025) en Opzoek naar een nieuwe Europese orde (2026)



