Door Peter van Groenendellen.
Dit artikel is gebaseerd op een interview in Wynia’s Week van Maaike van Charante met Quita Muis over haar onderzoek naar wij-zij-denken onder hoger opgeleiden. De bevinding dat juist hoger opgeleiden relatief vaak onderscheid maken tussen “wij” en “zij” roept interessante vragen op over de oorsprong van maatschappelijke polarisatie. Wanneer het over maatschappelijke polarisatie gaat, wijzen veel mensen naar populistische politici, sociale media of boze burgers. De oorzaak van de verdeeldheid zou vooral liggen bij groepen die zich afzetten tegen de gevestigde orde. Maar wat als een deel van de polarisatie juist afkomstig is van de maatschappelijke elite?
Die vraag sluit verrassend goed aan bij het werk van de Franse socioloog Pierre Bourdieu. Hoewel hij tientallen jaren geleden schreef, biedt zijn denken nog altijd waardevolle inzichten om hedendaagse maatschappelijke verhoudingen te begrijpen. Bourdieu stelde dat macht niet alleen afhankelijk is van geld of bezit. Mensen onderscheiden zich ook door hun opleiding, taalgebruik, culturele voorkeuren en sociale netwerken. Dat noemde hij cultureel kapitaal. Daarmee verklaarde hij waarom maatschappelijke verschillen vaak blijven bestaan, zelfs wanneer economische verschillen kleiner worden.
Volgens Bourdieu ontlenen groepen hun identiteit niet alleen aan wat zij zijn, maar ook aan wat zij niet zijn. Status ontstaat door onderscheid. Wie zichzelf ziet als ontwikkeld, rationeel en goed geïnformeerd, plaatst zich al snel tegenover mensen die als minder ontwikkeld of minder geïnformeerd worden beschouwd. Vanuit dat perspectief krijgt polarisatie een andere betekenis. Het gaat niet alleen om politieke meningsverschillen, maar ook om culturele afstand. De vraag is dan niet uitsluitend wat mensen vinden, maar vooral hoe zij naar elkaar kijken.
Dat zien we terug in veel actuele maatschappelijke discussies. Debatten over klimaat, immigratie, Europa of identiteit gaan vaak niet alleen over argumenten. Ze gaan ook over de vraag wie als deskundig, verstandig of maatschappelijk verantwoord wordt gezien. Wie zich niet herkent in de dominante opvattingen, kan het gevoel krijgen dat zijn stem minder serieus wordt genomen. Bourdieu zou dit beschrijven als een vorm van symbolische macht. Groepen die een sterke positie hebben in onderwijs, media, wetenschap en bestuur oefenen invloed uit op wat als normaal, redelijk of beschaafd wordt beschouwd. Het risico daarvan is dat afwijkende opvattingen niet alleen inhoudelijk worden bestreden, maar ook cultureel worden weggezet.
Dat betekent overigens niet dat polarisatie uitsluitend van bovenaf komt. Het wij-zij-denken is in vrijwel alle maatschappelijke groepen terug te vinden. Polarisatie ontstaat meestal daar waar groepen elkaar niet langer proberen te begrijpen, maar elkaar vooral definiëren als de ander. Misschien ligt daarin wel de belangrijkste les van Bourdieu. Een samenleving raakt niet verdeeld doordat mensen van mening verschillen. Zij raakt verdeeld wanneer mensen elkaar gaan zien als inwoners van verschillende werelden. Zodra het etiket belangrijker wordt dan het gesprek, groeit de sociale afstand. En waar die afstand groeit, kan polarisatie wortel schieten.



