Er is een kink in de kabel van het Pensioenakkoord door de stijgende rente. De verdeling is niet langer evenwichtig. Waar is Koolmees?
Het leek zo mooi. “We gaan in het Pensioenakkoord de pensioenpot van 1,7 triljoen euro verdelen in individuele pensioenpotjes zodat deelnemers kunnen zien wat hun pensioen is. Ze zien dan ook hoe afhankelijk het is van de financieel-economische omstandigheden. De beleggingswijze maken we leeftijd- en risico afhankelijk. Hierdoor bewegen de pensioen sneller mee met de economie en stijgen de pensioenen sneller, maar het kan ook sneller dalen. Hoe ouder men is, des te minder risico het pensioenpotje heeft”. Prachtig! Moet kunnen! Of toch niet?
De overgang naar het opdelen van de totale pensioenpot in potjes – het “invaren” moet uiterlijk op 1 januari 2028 gebeurd zijn. Het beleggingsrisico verschuift daarmee naar de deelnemer. Het pensioen kan bij het invaren hoger zijn, inclusief indexatie. Maar de aloude plaaggeest, de rente-ontwikkeling, plaatst pensioenfondsen voor een grote uitdaging. De lange rente was van 2019 tot 2021 historisch laag, rond 1% en de spaarrente werd zelfs negatief. Dit was de periode toen het Pensioenakkoord werd gesloten. De rente is nu 4,6%. Voor de berekening van het pensioen wordt het vermogen verdisconteerd tegen de geldige rente. Het scheelt enorm of je de pensioenverplichtingen tegen 1% disconteert of tegen 4,6%: de pensioenen zijn veel hoger dan voorzien. Daardoor kloppen de bestaande berekeningen voor de verdeling van het vermogen onder de deelnemers naar het nieuwe stelsel niet meer. De pensioenfondsen moeten de calculaties herzien en diverse pensioenfondsen hebben daar grote problemen mee.
Dit laat zien hoe complex de overgang is, afgezien dat het een zeer kostbare operatie is. In ons land is afgesproken dat in principe het al opgebouwde pensioen overgaat naar het nieuwe stelsel, inclusief alle lopende pensioenuitkeringen van gepensioneerden. Die verdeling moet van de wetgever “gebalanceerd” geschieden, waarbij de fondsen met verschillende factoren rekening moeten houden. De groep 40- tot 60 jarigen moeten gecompenseerd worden voor de zogenaamde ‘doorsneeproblematiek’. Bovendien moeten deelnemers indexatie inhalen voor de jaren dat dit niet gebeurd is. Pensioenfondsen moeten een buffer aanhouden om de heftigste schokken op de kapitaalmarkten te kunnen opvangen, maar ze mogen zelf bepalen hoe deze solidariteitsreserve wordt gevuld en wanneer deze wordt ingezet.
De fondsen hebben voor de verdeelsleutel van de totale pot naar de potjes diverse scenario’s doorgerekend, maar een pijlsnelle stijging van de rente met 4,5% zat daar helaas net niet bij. De berekeningen kloppen niet meer en de uitkomst is niet langer uitgebalanceerd. Het gevolg is dat bepaalde generaties zouden worden voorgetrokken bij het invaren, hetgeen mordicus te vermijden is. De Nederlandsche Bank werpt zich thans op om bij te springen voor nieuwe berekeningen.
Met de stijging van de rente en de complexiteit van het invaren en van het nieuwe stelsel wordt de kwetsbaarheid ervan ongewild blootgelegd. De verdeling van de miljarden was tot in de finesses doorgerekend – laat dat maar aan actuarissen over – maar de financiële werkelijkheid is weerbarstig en niet te sturen. De sterk oplopende rente zorgt voor hogere pensioenen en dat is op zich plezierig. Maar het laat zowel aan deelnemers als aan pensioenbestuurders al in een heel vroeg stadium zien dat flexibel pensioen voor de potjes alle hens aan dek betekent. Want als de beurzen een neerwaartse route inslaan, of instorten, dan zullen ze er scherp op moeten letten dat de belangen van alle deelnemersgroepen meegewogen worden. Er zijn pensioenbestuurders die daar een hard hoofd in hebben.
De vraag is nu: wat gaat de lange rente doen? Niemand weet dat, maar de trend staat opwaarts gericht. Een der boosdoeners is president Donald Trump die geen maat weet te houden met de staatsschuld naar meer dan 40.000 miljard dollar, wat neerkomt op zo’n 120% van het Amerikaanse bnp bij begrotingstekort van 7,5% en een dagelijkse rentebetaling van 250 miljoen. Stijgende rente betekent lagere obligatiekoersen en druk op de aandelen- en vastgoedmarkten. De staatsschulden zijn ook elders ver over de top (Frankrijk!) en de tekorten lijken bij deze rente op den duur niet langer financierbaar. Is er voldoende vertrouwen? We moeten dus rekening houden met een zware correctie en dat krijgen pensioendeelnemers dan bijna vol om de oren. Het is dansen op de vulkaan.
Dit is verre van een ideaal moment om een gigantische pensioenhervorming uit te voeren. De mondiale politieke situatie is ronduit slecht. Bovendien is uitvoerig gewaarschuwd om de hervorming niet te doen, mede omdat de validiteit ervan extreem dubieus is, terwijl het bestaande systeem internationaal geroemd werd. In haar rol als pensioenspecialist waarschuwde in de Kamer voormalig actuaris en voormalig NSC kamerlid Agnes Joseph, herhaaldelijk en uitvoerig voor “de complexiteit, de overbodige en kostbare pensioenbureaucratie en de hoge uitvoeringskosten rondom de invoering van het nieuwe pensioenstelsel”. Joseph en alle anderen die waarschuwden hebben gelijk gekregen, maar gedane zaken nemen geen keer. De toenmalige minister Wouter Koolmees wilde niet luisteren. Hij zit nu hoog en droog bij de NS. Pensioenfondsen en de deelnemers mogen op de blaren zitten. Waar is Koolmees?
Frits Bosch
Auteur van onder andere Links Verdriet (2025), De wereld volgens Ayn Rand (2025) en Opzoek naar een nieuwe Europese orde (2026)





