Eindelijk iemand in de Nederlandse comedy die niet meer meedoet aan het knuffelen met zijn eigen potentiële beul. Stand-up comedian Rogier Kahlmann neemt een snoeihard standpunt in: hij is voor remigratie en deportatie. Waarom? Omdat hij geen mensen om zich heen wil die hem dood willen hebben vanwege een grap. “Iedereen die mij dood wil hebben omdat ik een grap maak die moeten gewoon oprotten!” Mee eens. Zo simpel is het. Zonder politiek correct gelul.
Waarheid als een koe. Kahlmann zegt wat de meeste Nederlanders allang voelen, maar wat in de Haagse bubbel en de gesubsidieerde cultuursector nog steeds als “extreem” wordt weggezet. Dat dát controversieel is, vindt hij eigenlijk gek. En terecht. Want sinds wanneer is het raar om te zeggen dat je niet wilt samenleven met mensen die jouw dood eisen omdat je de verkeerde grap maakt over de verkeerde profeet, de verkeerde cultuur of de verkeerde heilige koe?
Grappen mag, moord niet
In een normaal land zou dit geen discussie zijn. Je mag grappen maken. Punt. En als een deel van de importbevolking daar niet tegen kan en direct dreigt met geweld, terreur of cancel-cultuur op z’n islamitisch, dan is het probleem niet de grap. Dan is het de import.
Kahlmann weigert te buigen. Hij ziet wat er gebeurt: theaters die hem weren, ophef over “Trigger Warning”, cancelpogingen omdat hij te hard is over femicide, islam of links heiligdom. Maar hij geeft geen krimp. Goed zo. Iemand moet het zeggen. Iemand moet de keiharde realiteit op tafel leggen: een deel van de asiel- en migratiestroom komt uit culturen waar humor over hun taboes niet bestaat, maar wel oproepen tot moord op cartoonisten, cabaretiers en andersdenkenden.
Theo van Gogh. Charlie Hebdo. Samuel Paty. De lijst is eindeloos. En nog steeds doen we alsof het toeval is. Alsof het “een paar extremisten” zijn. Terwijl de peilingen en de straatbeelden iets heel anders laten zien.
Remigratie is geen vies woord
Remigratie en deportatie zijn geen extremisme. Het is zelfbehoud. Het is gezond verstand. Als je hier komt en je kunt niet tegen een beetje Nederlandse humor of erger: je wilt de grappenmaker omleggen. Dan hoor je hier niet thuis. Dan ga je terug. Einde verhaal.
Kahlmann verwoordt wat de stille meerderheid allang beseft: we hebben genoeg geïmporteerde haat en intolerantie binnengehaald. We hoeven dat niet te tolereren uit “diversiteit”. We hoeven ons niet te laten gijzelen door mensen die onze vrijheid van meningsuiting zien als een oorlogsverklaring.
De linkse kerk en de cultuurmaffia zullen schreeuwen. “Racisme!” “Extreemrechts!” Maar ondertussen durven ze zelf geen grappen meer te maken over de echte problemen, uit angst voor de eigen doelgroep. Dat is pas laf. Dat is pas zielig.
Rogier Kahlmann kiest voor de waarheid. Voor de vrijheid om te lachen. Voor een Nederland waar je nog cabaretier kunt zijn zonder bodyguard.
Eindelijk een comedian die niet alleen grappen maakt, maar ook durft te zeggen waar het écht op staat. “Oprotten als je mij dood wilt om een grap.” Dat is geen haat. Dat is de basis van een beschaafde samenleving. Wie dat niet snapt, mag inderdaad oprotten. Hoe eerder, hoe beter.




