Het vertrouwen in de Nederlandse politie staat al jaren onder druk. Niet omdat agenten hun werk niet willen doen, maar omdat steeds meer Nederlanders het gevoel krijgen dat de politie met twee maten meet. Wie de gebeurtenissen van de afgelopen dagen naast elkaar legt, begrijpt waarom die frustratie groeit.
Gisteren plaatste de politie trots een bericht op sociale media: “Op basis van het noodbevel hebben wij zojuist 5 personen op de Zoetermeerserijweg aangehouden.” Een keurige formulering. Maar iedereen wist waar het over ging: vijf boeren waren aangehouden.
Op zichzelf is daar niets mis mee. Wie de wet overtreedt, moet rekening houden met optreden van de politie. Dat geldt voor boeren, klimaatactivisten, voetbalsupporters en relschoppers.
Het probleem ontstaat wanneer diezelfde vastberadenheid opeens nergens meer te vinden is zodra de tegenpartij een stuk gewelddadiger wordt.
Nog geen twee dagen eerder gingen beelden rond van jongeren die de confrontatie met de politie zochten. Er werd gejaagd op agenten. Politievoertuigen moesten zich terugtrekken. De indruk die achterbleef was pijnlijk: niet de relschoppers weken, maar de politie.
Dat voedt een gevoel dat steeds breder leeft: de politie lijkt bijzonder daadkrachtig wanneer het gaat om groepen die relatief weinig fysiek verzet bieden, maar opvallend terughoudend wanneer zij tegenover agressieve straatgroepen staat.
Ook eerdere voorbeelden dragen bij aan dat beeld. Boerenprotesten worden vaak snel beëindigd, terwijl langdurige blokkades door klimaatactivisten regelmatig uren of zelfs dagen kunnen voortduren voordat wordt ingegrepen. En in sommige wijken lijkt de overheid de controle regelmatig kwijt zodra groepen relschoppers of straatterroristen de openbare orde verstoren.
Dat betekent niet automatisch dat iedere situatie hetzelfde is. Politieoptreden hangt af van risico’s, beschikbare capaciteit en juridische kaders. Maar voor de gemiddelde Nederlander telt uiteindelijk vooral wat zichtbaar is. En dat zichtbare beeld is voor velen steeds moeilijker uit te leggen.
Juist daarom is het gevaarlijk wanneer de indruk ontstaat dat niet de wet, maar de identiteit van de overtreder bepaalt hoe stevig wordt opgetreden. Of dat beeld volledig terecht is of niet, doet er op dat moment bijna niet meer toe. Vertrouwen verdwijnt zodra burgers het gevoel krijgen dat gelijke gevallen ongelijk worden behandeld.
De politie heeft een enorm moeilijke taak. Agenten verdienen respect voor het werk dat zij dagelijks verrichten. Maar respect vraagt ook om vertrouwen. En vertrouwen ontstaat alleen wanneer burgers zien dat de overheid consequent optreedt. Niet alleen tegen boeren of andere relatief beheersbare demonstranten, maar net zo goed tegen gewelddadige relschoppers, straatterroristen en iedereen die de rechtsstaat uitdaagt.
De wet hoort immers voor iedereen hetzelfde te zijn. Zodra Nederlanders het idee krijgen dat er sprake is van een Two Tier-aanpak, raakt niet alleen het gezag van de politie beschadigd, maar uiteindelijk ook dat van de rechtsstaat zelf.




