Vandaag is het definitieve besluit gepubliceerd in het Staatsblad: vanaf 1 augustus geldt een landelijk vuurwerkverbod voor particulieren. Bij de komende jaarwisseling geen knallen meer op straat, geen eigen vuurpijlen of batterijen in de tuin. De traditie van het Nederlandse oud en nieuw, waarbij miljoenen Nederlanders zelf hun vreugde (of frustratie) de lucht in joegen, is officieel ten einde.
De Tweede Kamer stemde er al in 2025 mee in, op initiatief van Progressief Nederland en de Partij voor de Dieren. Jarenlang is erover gepraat, gelobbyd en gemoraliseerd. Voor het verbod echt van kracht kon worden, moest de staatssecretaris nog wat regelen: onder meer de mogelijkheid voor gezamenlijk vuurwerk door clubs en verenigingen. Na advies van de Raad van State zijn daar wat aanpassingen in gekomen. De afstandsregels voor buurtshows worden nu gelijkgetrokken met die voor professionals: omstanders moeten afhankelijk van het type vuurwerk 15, 40 of 60 meter afstand houden. Organisaties moeten bovendien aantoonbare binding hebben met de plek, een buurtvereniging, sportclub of speciale vuurwerkclub. Gemeenten mogen het uiteindelijk goedkeuren.
Klinkt netjes op papier. Maar laten we eerlijk zijn: dit is weer zo’n typisch kartelbesluit. De goeden moeten boeten voor de kwaden. De verantwoordelijke burger die een paar rotjes afstak of een siervuurwerkshowtje deed in zijn eigen straat, wordt nu collectief gestraft omdat een kleine groep raddraaiers jaar in jaar uit de boel op stelten zet, overlast veroorzaakt en soms ernstige ongelukken uitlokt.
De raddraaiers lachen erom
Wij melden het al langer: de echte raddraaiers hebben hun illegale vuurwerk allang over de grens gehaald. Polen, België, Duitsland, de handel floreert. Die spullen gaan gewoon via achterdeurtjes en donkere webwinkels de straat op. Het verbod zal voor hen hooguit een prijspremie opleveren, geen rem. De hardste kern laat zich niet tegenhouden door een Kamerbesluit of een landelijke voorlichtingscampagne in de zomer. Diezelfde campagne waar nu weer belastinggeld in gaat, plus inleverdagen voor braaf volk dat nog wat legaal vuurwerk in de schuur heeft liggen.
Het kartel gelooft werkelijk dat met dit verbod de rust zal terugkeren. Dat de overlast verdwijnt. Dat de ziekenhuizen leger worden. Realistisch bekeken is dat wishful thinking. De problemen zitten niet in het vuurwerk zelf, maar in de cultuur van een groep die geen enkel respect heeft voor regels, buren of eigen veiligheid. Die groep verandert niet door een landelijk verbod. Die past zich aan.
Einde aan een traditie
Nederland verliest hiermee een stukje volkscultuur. Oud en nieuw was voor veel mensen, zeker buiten de Randstad, een moment van saamhorigheid, van eigen initiatief, van even losgaan na een zwaar jaar. Natuurlijk, er waren altijd excessen. Maar de oplossing is niet het afpakken van de vrijheid van de meerderheid. De oplossing was handhaven tegen de echte rotte appels: streng straffen, geen gedoogbeleid, gerichte acties tegen illegale import en opslag.
Nu krijgen we in plaats daarvan bureaucratie: vergunningen, afstandsregels, bindingseisen en gemeenten die weer mogen gaan beoordelen wie “echt” bij de buurt hoort. Alsof dat geen nieuwe ergernissen en ongelijkheid gaat opleveren. De ene wijk mag een mooie show, de andere niet. Afhankelijk van wie het hardst schreeuwt of de beste papieren heeft.
Dit is typisch modern Nederland: problemen niet bij de bron aanpakken, maar de hele bevolking een beperking opleggen. De goeden lijden onder de kwaden. En het kartel klapt zichzelf op de schouder omdat ze weer “iets hebben gedaan”.
Wij houden het in de gaten. De eerste jaarwisseling zonder consumentenvuurwerk komt eraan. De vraag is niet óf er dan nog geknald wordt. De vraag is alleen: waar, hoe illegaal en hoe hard het kartel daarna weer zal roepen om nog meer maatregelen. Realistisch bekeken weten we het antwoord al.




