Terwijl Joodse Nederlanders al jaren vertellen over toenemende haat op straat, op scholen en in hun dagelijkse leven, komt nu een verhaal dat nog harder aankomt. Niet van een Joodse burger, maar van een geboren Amsterdamse, niet-Joodse vrouw die alles achterlaat en naar Israël vertrekt omdat ze zich in haar eigen land niet langer veilig voelt. Sarah Hildering van Lith, executive in de internationale muziekindustrie, vertelt het in de Jerusalem Post zonder omwegen. Haar vertrek is geen keuze voor avontuur, maar een vlucht voor een Nederland dat zijn ziel heeft verloren.
Hildering komt uit een gezin met een verhaal. Haar vader overleefde als kind een Japans interneringskamp in Indonesië. Haar moeder is overtuigd zionist, studeerde en werkte in Israël. Zelf bouwde ze een indrukwekkende carrière op bij Universal Music Group, werkte als regisseur in de elektronische muziek, vocht jarenlang tegen seksueel geweld via NGO’s als Dance4Life en schreef een gedragscode tegen genderdiscriminatie die zelfs de BBC haalde. Ze staat voor progressieve waarden, zou je zeggen. Tot 7 oktober 2023.
Stilte na de grootste Joodse slachting sinds de Holocaust
De muziekindustrie sprong massaal op de barricades voor #MeToo en Black Lives Matter. Maar na het bloedbad van Hamas, nota bene begonnen op een elektronisch muziekfestival, viel er een oorverdovende stilte. Geen statements over verkrachte en vermoorde vrouwen, geen steun voor de slachtoffers. In plaats daarvan volgde een golf van haat op sociale media, steun aan “Palestina” en openlijke antisemitische uitingen. Hildering probeerde de Nova-tentoonstelling naar Nederlandse zalen te halen. Niemand was geïnteresseerd. Ze deelde haar eigen verhaal. Ze overleefde op haar zeventiende een Palestijnse terreuraanslag in Taba, verloor 60% van haar gehoor, maar de deuren bleven gesloten. Dialoog? Geen interesse. Wat volgde was erger dan stilte: openlijke radicalisering. Artiesten die anti-Israël haat tot hun merk maken, een band die een Davidster met hakenkruis projecteert. En toen kwam de persoonlijke terreur.
“Kankerjoodse hoer, ik ga je verkrachten”
Maart 2024, midden op de dag voor haar eigen deur in Amsterdam. Een man schreeuwt haar toe, noemt haar kankerjoodse hoer. Binnen seconden sluiten twee anderen zich aan. Ze draagt een Davidster-ketting. Dat was genoeg. De politie noteert een haatmisdrijf, maar doet er weinig mee. Burgemeester Femke Halsema belt nog persoonlijk, vrouw tot vrouw, maar het blijft bij woorden.
Mei 2025 volgt een tweede incident op de snelweg: een man maakt een keeldoorsnijdend gebaar, snijdt haar af met hoge snelheid, Hamas-vlag en “Allahu Akbar”-sticker op de auto. Tesla-noodrem voorkomt een ramp. Weer politie, weer geen echte actie. “We kunnen uw veiligheid niet garanderen.”
November 2025 de druppel: inbraak in haar nieuwe woning in een Joodse buurt. Alles van waarde weg, ondergoed doorzocht, IDF-plaquette en Israël-ketting gestolen. Buren en camera’s bevestigen een witte bestelbus die dagenlang volgde. Forensisch team komt na vier dagen. Prioriteit: laag. Dan boekt ze een ticket naar Israël.
Dit is geen incident, dit is het nieuwe Nederland
Sarah Hildering is niet Joods. Ze is een succesvolle, linkse, geëngageerde Nederlandse vrouw die zich solidair toonde met Israël en Joden. Precies daarom werd ze doelwit. Dit is de geglobaliseerde intifada waarvoor gewaarschuwd werd: steun aan Israël, een Davidster, een gesprek over 7 oktober en je bent vogelvrij.
Nederland, ooit toevluchtsoord en baken van vrijheid, is afgegleden tot een land waar Joden en hun vrienden niet meer veilig zijn. Waar de politie prioriteit geeft aan andere zaken, waar burgemeesters empathie tonen maar niet handhaven, waar de culturele elite zwijgt of meedoet. De import van haat uit een parallelle samenleving, decennia lang ontkend en vergoelijkt onder het mom van “diversiteit”, eist nu zijn tol. Niet alleen voor Joden, maar voor iedereen die het waagt om niet mee te schreeuwen met de massa.
Sarah Hildering kiest voor Israël omdat ze daar wél veiligheid vindt. Ironisch, in een land dat dagelijks onder vuur ligt, voelt een niet-Joodse Nederlandse vrouw zich veiliger dan in het hart van Amsterdam.
Dit verhaal zou een wake-up call moeten zijn. Maar in Den Haag en in de redacties zullen ze het waarschijnlijk bagatelliseren als “een individueel geval” of “overgevoeligheid”. Realisme gebiedt ons te zeggen: dit is het logische eindresultaat van een falend immigratie- en integratiebeleid, van morele ontwapening en van een linkse cultuur die antisemitisme alleen herkent als het van de “extreemrechtse” kant komt.
Nederland, oh Nederland. We hebben niet alleen Joden in de steek gelaten. We laten onszelf in de steek. En mensen als Sarah Hildering maken zich uit de voeten.




