In deel 1 en 2 van zijn vijfluik ‘Wees wijs met onderwijs’ onderzocht Frits Bosch waarom het niveau van het onderwijs daalt, waarom jongens steeds verder achterop raken en welke rol de sterke feminisering van het lerarenkorps daarbij mogelijk speelt. In deel 3 verschuift hij de aandacht naar kansengelijkheid en onze doorgeschoten diplomacultuur. Waarom geven ouders inmiddels honderden miljoenen euro’s uit aan bijles? Waarom lijkt een zo hoog mogelijk diploma belangrijker dan praktisch vakmanschap? En heeft het jarenlange streven om iedereen steeds hoger op te leiden uiteindelijk juist bijgedragen aan het enorme tekort aan praktisch geschoolde vakmensen? Bosch stelt dat het tijd wordt om praktisch onderwijs weer de waardering te geven die het verdient, zonder iedere niveauverschillen meteen als kansenongelijkheid te bestempelen.
Onderwijs is het overbrengen van kennis, vaardigheden en attitudes met vooraf vastgelegde doelen. Er wordt steen en been geklaagd over de kwaliteit van ons onderwijs. Het niveau daalt gestaag. Hoe komt dat? Wat is de rol van het onderwijs voor kansengelijkheid? Het is de bedoeling dat Rianne Monique Letschert (1976) de situatie gaat verbeteren. Zij is een Nederlands wetenschapper en bestuurder. Sinds 23 februari 2026 is zij namens Democraten 66 (D66) minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in het kabinet-Jetten.
De Onderwijsinspectie vindt dat de kansenongelijkheid toeneemt. Kinderen van hoogopgeleide ouders gaan vaker naar een hogere opleiding dan van ouders die niet hoog zijn opgeleid. Ouders doen er alles aan om hun kinderen zo hoog mogelijk op te laten leiden. Aan bijlessen wordt jaarlijks meer dan 186 miljoen euro uitgegeven. Bijles is zo oud als de weg naar Rome, maar het gaat tegenwoordig wel erg over de top. Er is veel kritiek op zoveel bijles. Het zou ongelijkheid in de hand werken. Het zou elitair zijn omdat vooral ouders met geld bijles kunnen betalen. Waarom zoveel bijles? Er wordt een aantal redenen genoemd.
Het reguliere onderwijs blijft achter. Leerlingen zijn hun diploma niet waard omdat ze de meest basale vaardigheden niet bezitten. Vervolgens wordt de massaliteit van het onderwijs, de ‘leerfabrieken’ genoemd en de te grote klassen en te grote diversiteit van leerlingen waardoor de aandacht voor de individuele leerling achterblijft. En dan is er het constante ‘vernieuwen’ (vernielen?) van het onderwijs. Toch is er nog een belangrijke reden voor zoveel bijles. We leven meer dan ooit in een diplomacultuur. Zonder diploma wordt het bemachtigen van een begeerde functie lastig. De econoom en socioloog Max Weber wees al begin vorige eeuw op het verband tussen onderwijs, maatschappelijke macht en dominantie. Diploma’s legitimeren macht van de elite volgens Weber. Met diploma’s kan de elite haar geprivilegieerde positie en macht handhaven. Maatschappelijke posities zouden minder met ‘wit privilege’ te maken hebben, maar meer met goede diploma’s. Onze meritocratie draait om diploma’s en zo doen we mee in de internationale concurrentieslag om talent en deskundigheid. Bijles wordt niet alleen ingezet als regulier onderwijs onder de maat zou zijn of als de leerling zelf onvoldoende inzet toont of achterloopt. Bijles en privéscholen dienen om alles uit de leerling te persen om begeerde diploma’s te halen. Ouders zijn zich meer dan ooit bewust dat het voor hun kind zonder diploma’s een stuk moeilijker wordt om in de bestaande maatschappelijke structuur een solide positie te kunnen opbouwen. Ouders – niet alleen elite – hebben daar veel geld voor over. Geef niet ouders ‘de schuld’ van deze bijlestrend. De overheid stimuleerde zelf de diplomacultuur. De politiek stimuleerde dat ook lagere milieus doorstroomden naar hogere functies. In 1992 ging de LTS over in VBO, wat betekende dat op dit niveau geen eindonderwijs meer werd aangeboden. Het doorstromen naar hogere theoretische opleidingen werd vergemakkelijkt en aanbevolen. En zo geschiede. Een sterk toegenomen run op diploma’s, bijles en privé scholen was het resultaat. Er kwam meer nadruk op theorie en minder op praktijk, meer hoofdwerk, minder handwerk. Het enorme tekort aan praktisch opgeleide mensen is het gevolg, waar we nu mee kampen. Dit is te betreuren want juist in dit segment zijn aantrekkelijke functies voorhanden. Het is ondergewaardeerd. Er moet meer aandacht komen voor praktische opleidingen, zonder het stempel ‘kansenongelijkheid’.
Frits Bosch
Auteur van onder andere Links Verdriet (2025), De wereld volgens Ayn Rand (2025) en Opzoek naar een nieuwe Europese orde (2026)



